‘You can go with here,’ zei hij in bijna perfect Engels tegelijk wijzend op zijn vrouw. Het leek mij dat hij goed geoefend had op het zinnetje, en wat minder op het volgende: ‘No ploblem.’ Naar goed Thais gebruik had hij de “R” vervangen door de “L”. Niettemin begreep ik wat hij zei, keek hem even stomverbaasd aan, maar maakte hierna dan toch een Wai en boog mijn hoofd uit diep respect voor zijn coulante houding naar deze Farang die blijkbaar hulp nodig had, en het liefst van zijn vrouw. Wat hij wist van het soort hulp waar ik behoefte aan had, bleef voor mij nog een open vraag.
Mijn
lieve, schattige, speelse en ondeugende caddie bleek dus gewoon getrouwd, en
dit niet alleen, zij had er op gestaan dat ik kennis kwam maken met haar man.
Na veel aandringen was ik er uiteindelijk op ingegaan, werd ik door
haar opgepikt bij de 7-Eleven om mij de weg te wijzen, en probeerde zij mij tijdens
de korte rit naar haar huis gerust te stellen met de verzekering dat haar man
een velly good man is en ik dientengevolge niks te vrezen had. Stond ik dus na
tien minuten tegenover een boom van een vent met een leuke kop en een brede
smile die mij doodleuk vertelde dat hij het geen enkel probleem vond dat ik met
zijn vrouw omging. Wat hij zich daarbij precies voorstelde bleef dus de open
vraag, maar met het door mij meegenomen aantal flesjes Leo en de wetenschap dat
het niet veel tijd kost om een Thai onder de tafel te zuipen, zou ik er wel
achter komen.
Achter het schamele onderkomen wat zij hun
huis noemen, namen wij plaats op stenen bankjes achter een stenen tafel, bracht
moeders de kwart liter bierflesjes met twee glazen en konden wij elkaar
toedrinken. ‘Chock Dee.’ Zij nam plaats naast ons en dronk netjes water en
begon met het vertalen van mijn antwoorden op de vragen die haar man mij stelden.
Verder dan zijn ingestudeerde zinnen bij aankomst reikte zijn Engelse vocabulaire
blijkbaar niet, zodat mijn speeltje die het Engels wel min of meer beheerst,
optrad als tolk.
Hij wilde van alles weten, over mij. Mijn
achtergrond, hoe het is om Europeaan te zijn, en rijk, en of ik kinderen heb,
een vrouw in Holland en vooral hoeveel mijn maandelijkse inkomen bedraagt. En
hier ging mijn fantasie weer met mij op de loop, was ik zo’n beetje de koning
van Nederland of op z’n minst de onderkoning, was ik vooral ook wereldberoemd
in Rotterdam en omstreken, kortom, hij had niet de eerste de beste aan zijn
stenen tafel maar een VIP. Ondertussen werd na een slokje bier het glas weer
direct aangevuld door zijn vrouw, begonnen zijn ogen al een stukje kleiner te
worden terwijl de mijne zich steeds verder opsperden, mijn prooi beloerend,
aftastend wat de beste tactiek zou zijn voor de meest dodelijk aanval. Op het
door mij bedachte moment maakte ik de sprong.
‘Do you have Gig,’ vroeg ik hem op de man af.
Tja, per slot als een hushband zo makkelijk zijn vrouw afstaat aan een farang
zal ie zelf ook wel wat achter de hand hebben. Hij begreep mij niet. Oké, dacht
ik, dan anders; ‘Do you have Mia Noi?’ Hartsgrondig schudde hij van nee. Kijk,
dan weet hij niet wat ik met zijn echtgenote uitspook, duidelijk iets om
rekening mee te houden tijdens het vervolg van onze zuippartij. Houdt je kop
erbij, dacht ik, voor je het weet gaat ie mij over dit onderwerp ook vragen
stellen en wat zeg ik dan. Eigenlijk nogal makkelijk, ik ben Khun Dio, oftewel
alleen. Maar als ik dit weer mededeel gaat bij hem natuurlijk ook een belletje
rinkelen. Zijn vrouw, mijn speeltje, zat er ondertussen gezellig bij en vond zo
te zien dat het verloop van ons wat moeizame gesprek wat haar betreft prima
verliep. Zij zag nog geen enkele reden om in te grijpen, integendeel zij zag
wat haar het beste uitkwam, een vriendschap ontstaan waar zij op gehoopt en min
of meer op gerekend had. Zij had een zielige oude man haar hulp aangeboden omdat
de zielige oude man alleen, eenzaam en verlaten aan de rand van Mae Jo leefde
en min of meer hulpbehoevend was. Dat hij ook nogal ruimhartig was wat betreft
geld, was natuurlijk een aardige bijkomstigheid, maar het ging hierbij om het
boeddhistisch gedachtegoed; wees goed voor de medemens dan kom je vanzelf in de
hemel. Nou, voldeed zij hier niet aan? En zo zag haar man het blijkbaar ook, en
kon ik gaan en staan met haar waar ik wilde, no ploblem.
De oude hulpbehoevende man zat zich
ondertussen kapot te schamen over wat hij allemaal zo’n beetje met zijn
speeltje had uitgespookt en begon zich sterk af te vragen of hij hiermee wel
door kon gaan. Nou heeft de oude en hulpbehoevende man binnen het calvinistisch
gedachtegoed een nogal zwak gevoel voor moraal en moreel, zodat al snel de
vraag om door te gaan onderworpen werd aan de vraag: wat is nou precies
ontrouw? Waarschijnlijk je emoties met anderen delen. Vervolgens ga je je dan
afvragen hoeveel emoties wij per dag met een ander delen en of dit valt binnen
het kader van ontrouw. Eigenlijk nooit, tenzij de emoties gedeeld worden in
bed. En waarom nou juist in bed? Omdat dit grote gevolgen kan hebben bij het
per ongeluk verwekken van een kind, het oplopen van een venerische ziekte of,
dat de lover een veel betere lover blijkt te zijn dan de wettelijke
echtgenoot/echtgenote. Wat dit laatste betreft is dit natuurlijk zeer
tijdelijk, als de spanning er eenmaal van af is volgt dat wat er in de meeste,
zo niet alle huwelijken gebeurt, verveling. O, nou doet zij dit of hij doet
dat. Herhaling op herhaling.
Al snel vrede gesloten met deze gedachte
exercitie klonk ik nog maar eens het glas met de wettelijke echtgenoot met de
gedachte en hoop dat hij in lengte der jaren de wettelijke echtgenoot mag
blijven want om het hele spul over te nemen leek mij wat te ver gaan. Het is
meer oppassen geblazen dat ik niet in het web verstrikt raak wat elke vrouw zo
feilloos weet te spannen en waar zoveel mannen, incluis mijzelf als kampioen,
in laat vangen. Nee, een leuk speeltje. Da’s genoeg.
Na onze genoeglijke zuippartij, waarbij mijn
nieuwe Thaise vriend het tegen mij af moest leggen, reed ik als langs een
liniaal naar huis. Er brandde wat licht, automatisch ontstoken door een
tijdklok en ik kwam terecht in een leeg huis, in die zin dat er niemand was die
op mij wachtte, mij eens fijn ging ondervragen waar ik precies vandaan kwam en
of het nou zo nodig was geweest om zoveel te drinken want ik stonk als de hel.
Heerlijk, die vrijheid, had ik moeten denken natuurlijk, maar dit dacht ik
niet. Gatver, dacht ik. Zo heb ik het niet gewild. Ik wilde mijn speeltje
buiten de deur, maar thuis alles laten zoals het was. Alleen had ik niet in de
gaten dat zoiets niet kan. Dat als je het wil laten zoals ooit was, je moet
conformeren aan waarden en normen. En dat je niet moet proberen te
experimenteren met die waarden en normen, waarbij je denkt dat bij het verlaten
van bepaalde aannames de ander daar wel in mee gaat.
Verguisd noemt men het geloof ik. Ik heb mijn
eigen vrouw waarvan ik nog steeds hou, verguisd. Net zolang totdat zij dit niet
meer pikte en een ander zocht, en vond. En wat blijft er over? Een leeg huis,
een speeltje op afstand, getrouwd en wel met een om de tuin geleidde hushband
en een schuldgevoel van hier tot aan Groningen. En dat is een heel eind vanaf
Chiang Mai.
Wat heb ik gedaan, waar ben ik mee bezig,
vraag ik mijzelf af liggend in bed. Ik heb dat gedaan wat het ergste is wat een
vrouw kan overkomen. Een ander verkozen zonder haar op de hoogte te brengen. Haar
op een tweede, nee misschien wel derde, vierde of laatste plan gezet. Zij dacht
na negen jaar mij te kennen. Blijk ik heel iemand anders te zijn. Negen jaar
geleefd met een vreemdeling. Negen jaar gegeven aan iemand die zij nooit
werkelijk gekend heeft. Een zombie. Een Alien. Negen jaar lang het beste met
hem voorgehad. Verzorgd, vertroeteld. Alles voor hem geregeld. Negen jaar lang
heb ik een vijand onder mijn hoede gehad. Een verrader.
Nou nou, denk ik, zo kan ie wel weer. Er
zitten aan de zaak nog wel wat meer kanten. De op mijn zenuwen werkende
verzorgingsdrift die er altijd was. Dat “Moeders wil is wet” syndroom. De
irritaties hierover.
Na twee dagen zit ik met mijn speeltje in de
auto met het doel ergens naar toe te rijden waar het leuk is. Telefoon. Mijn
caddie van een andere golfbaan waar ik veel speel. Of ik haar een golftas kan
lenen. Zij speelt maandag een caddietoernooi. Natuurlijk, antwoord ik
ruiterlijk. Als ik iemand kan helpen, waarom niet. Nou daarom niet, maakt mijn
speeltje duidelijk en dat daarom slaat op het feit dat als ik iets doe voor een
ander dit betekent dat ik er iets mee van plan ben, en zij kan wel raden wat.
Mijn God, van de regen in de drup, ervaar ik. Ik keer om, stop op de
afgesproken plaats en werk haar de auto uit. Bye bye. Zonder een spier te
vertrekken verlaat zij de auto. Nog voordat zij het portier sluit zegt zij:
‘You are a butterfly.’ Ik schiet in de lach. Bijna zeventig jaar en butterfly, geef vol gas, terug naar mijn
lege woning in Mae Jo. For no one, denk ik als ik mijn bed instap.