vrijdag 16 oktober 2015

In My Life (5)





There are places I’ll remember
All my life, though some have changedSome forever, not for betterSome have gone and some remainAll these places have their moments



‘Heden verscheen voor mij, ambtenaar van de burgelijke stand, ten einde een huwelijk aan te gaan . . .’

Als er een zin is die nooit uit mijn hoofd zal verdwijnen, dan is het deze wel. Geteld heb ik ze niet, maar het moeten meer dan honderd trouwreportages geweest zijn die ik heb gemaakt. Foto’s bij de bruid thuis. De binnenkomst van de bruidegom. Het overhandigen van het bruidsboeket. Het instappen in een koets, limousine of een oldtimer. Foto’s, foto’s, foto’s. De familie voor de deur. Echtparen die het bruidspaar jaren en jaren voor zijn gegaan. Jonge verloofde stelletjes die ooit ook de sprong gaan wagen. Wat zij doen willen wij ook. Jonge kinderen in apenpakjes zich nu al doodvervelend op deze eindeloze dag. En allemaal een corsage, de heren naar boven, de dames naar beneden. Ja, logisch en zenuwachtig wordt er gelachen, humor hoort er nou eenmaal bij op zo’n dag.
Niet volgens de ambtenaar, de in jacket gestoken autoriteit die wel eens even voor zal lezen waar het huwelijk allemaal toe verplicht. Nou, weinig humor, in een huwelijk. Een buitengewoon ernstige aangelegenheid, dat is het en je zou je als bruidegom toch onmiddellijk om moeten draaien en er de sokken in moeten zetten met de gedachte: als ik dit geweten had. Maar nee hoor. De Janlul hoort het allemaal aan, knikt zo af en toe Ja, alsof ie het begrijpt en voor ie het weet zit hij er zijn verdere leven aan vast.

Zo zag ik dat en zo besloot ik dat ik mij nooit en te nimmer zou laten verleiden tot iets dergelijks. Het Stadhuis was een plek met zijn momenten die je de kriebels bezorgden.

Hierna volgde de receptie, het diner en . . . het feest. Soms waren het leuke partijen, smaakvol. Beschaafde gasten op de receptie, beschaafde genodigden tijdens het diner, zich gedragend tijdens het feest. Maar er waren soms partijen die je een plaatsvervangend schaamrood naar de kaken liet stijgen. Tenenkrommende gedichten die werden voorgedragen op de receptie. Het ABC. A staat voor . . .en daar ging ie. Of tijdens het diner als oma de ober ging helpen met afruimen. Er te veel wijn werd gezopen, er lallende verhalen over de tafel gingen over bruid of bruidegom. Je als fotograaf absoluut mee moest als familie en/of vrienden rijst gingen gooien in het huwelijksbed. Een keer heb ik meegemaakt dat het toppunt van humor werd bereikt door in het bed een varkenskop te leggen. Voor vijfentwintig gulden opgehaald bij de slager. En gelachen dat we hebben.

Lange werkdagen waren trouwreportages, en slopend. Beter was het om als assistent met meneer op pad te gaan want hij deed het mooie werk. Boten fotograferen. En dan geen zeil –of motorjachten, maar zeekastelen. Vrachtschepen die voor het eerst Rotterdam aandeden en waarvan de reder een mooie plaat wilde om zijn kantoor in New York, Londen of Singapore mee te versieren. Of schades fotograferen in de machinekamer bijvoorbeeld voor de verzekering. 




Of vanaf een boot van Rijkswaterstaat
een Tallship voor de kust van Hoek van Holland. Mooi werk, de hele dag op pad, weg van de donkere kamer,
in de buitenlucht, op zee of vlak daarbij.








‘Kijk, daar ligt ie,’ zei meneer en wees naar zijn Abel Tasman in de vluchthaven van Hoek van Holland. ‘Zin?’ Tuurlijk! Wanneer? Dit weekend? Mijn eerste zeezeilervaring zonder dat ik zeeziek werd en het later ook nooit zo worden. Hier was ik voor geboren. Dit voelde ik in elke vezel van mijn lijf. Een fotograferende zeezeiler. Net als meneer.

Na twee jaar bij van Oudgaarden te hebben gewerkt, besloot meneer de zaak te verkopen. Hij vertrok naar Italië en werd daar importeur van in Taiwan gebouwde motorboten. Lang heb ik er niet meer gewerkt, bij de nieuwe eigenaar. Hij was geen meneer in een corduroy broek met daarboven een houthakkers hemd. Had geen bruine kop met een wilskrachtige kin. Hij wist niks van boten, vond het water eng. Alles vond ie eng. Behalve zijn vriend die de godganselijke dag om hem heen hing. Die was pas eng. Allebei waren zij eng. Nichten.

Ik solliciteerde zonder tussenkomst van mijn moeder, gewoon op eigen initiatief bij een ander bedrijf. Tom Kroeze. Een zeer bekende fotograaf in Rotterdam die zich ook bezig hield met zo’n beetje alles wat er in de Rotterdamse havens gebeurde, en dit was niet niks. De Europoort was net in aanbouw. Ik kon er zo komen werken, maar hoe zat dat met militaire dienst. Inmiddels had ik de leeftijd bereikt om mijn dienstplicht te vervullen, maar moest alleen nog even gekeurd worden. Voor mij was het dus van het allergrootste belang te worden afgekeurd. Maar, hoe doe je dat. Blijkbaar op de meest eenvoudige manier. Gedurende de eerste uren van de keuring in Delft, was ik constant zoek. Moesten wij met een groep jongens de gang uitlopen en daarna naar links, ik ging naar rechts. Continu was ik de weg kwijt, vroeg in paniek aan een officier, of wat het ook wezen mocht, waar ik heen moest om mij weer aan te kunnen sluiten en uiteindelijk werd ik bij de generaal geroepen, of zoiets, die mij met een ernstig gezicht vertelde dat ik het wel vreselijk jammer zou vinden, maar mij konden zij echt niet gebruiken Afgekeurd! Ik geloof dat het mij nog lukte om er sip bij te kijken.

Het werd dus Tom Kroeze. En wat het ook werd, ik moest mijn rijbewijs gaan halen want ik zou op pad gestuurd kunnen worden en daarvoor de lelijke eend kunnen gebruiken. Autorijden kon ik al want dit had mijn vader mij al geleerd, het was alleen nog even een kwestie van een paar lessen en hup . . . examen. Gezakt. Mijn rijstijl was te zeker, te gemakkelijk, niks om al de weg op te sturen. ‘Je moet het toneelstuk in drie bedrijven ook netjes opvoeren,’ gaf mijn rijleraar als tip mee bij mijn herexamen. En zo sukkelde ik over de Gordelweg, de Schiekade, gaf absoluut geen extra gas als het stoplicht nog op groen stond, maar hield bij voorbaat al in en slaagde cum laude.  

Tom Kroeze zelf was wat je noemt een flamboyante vent. Heel anders dan van Oudgaarden, op een totaal andere manier imponerend. Eigenlijk was ie gewoon ordinair, maar waagde het niet te laten merken. Zijn vrouw werkte ook in de zaak en dit was voor mij de eerste keer dat ik een vrouw trof als leidinggevende. Een ramp dus. Zij zat samen met een assistente op een kantoortje boven en had daar, om communicatie te houden met beneden, een audiosysteem waarmee zij contact hield met het voetvolk. Mevrouw leed wat aan vergeetachtigheid want telkens vergat zij het ding, zoals wij het noemde, uit te zetten en kon dan letterlijk verstaan waar wij het over hadden.

Wij waren de eerste fotograaf Cor, de tweede Luck en meneer Gladines voor de donkere kamer en nog een meisje die de foto’s sneed als deze uit de glansmachine kwamen. Ik was aangenomen om in de eerste plaats te assisteren in de doka en in de tweede plaats om de eerste fotograaf Cor te helpen als hij assistentie nodig had. De tweede fotograaf deed alles zelf wel zo’n beetje en had geen assistentie nodig, hij werd liever niet op zijn vingers gekeken. 

Meneer Gladines hield ook van The Beatles. En Cor, de eerste fotograaf ook, speelde zelf ook gitaar en vond The Beatles dan wel aardig, zijn voorkeur ging meer uit naar Djanco Reinhardt die mij toevallig ook niet onbekend was. Luck hield alleen van Franse Chansons. Eigenlijk waren het hard werkende vakmensen binnen de fotografie die het nooit over het vak hadden en geen foto’s in bladen beoordeelde op compositie of iets dergelijks, maar veel meer betrokken waren bij maatschappelijke problemen en hun beloning binnen het bedrijf Tom Kroeze.

Tom Kroeze zelf was dus de flamboyante man, altijd goed in het pak, reed in een Citroën DS en ging graag om met de havenbaronnen. Lunchte vaak met hen bij de Cock Do’r, dronk te veel whisky, was gek op de vrouwtjes en haalde ondertussen veel werk op als de populaire clown voor wie geen zee te hoog ging. Een feest was pas feest als Tom Kroeze er was als fotograaf, wat er vaak op neer kwam dat een of andere ober de foto’s liep te maken terwijl meneer Kroeze zich bezig hield als gangmaker. Maar, wij kwamen om in het werk. De hele bouw van de Europoort viel onder zijn fotografie en wij werden er regelmatig op uitgestuurd om de voortgang van een raffinaderij te fotograferen of de aanleg van een containerhaven. Ook deden wij tewaterlatingen bij scheepswerf Boele in Bolnes die gespecialiseerd was in het verlengen van binnenvaartschepen of coasters. Op een pallet staand de kraan in gehesen worden om zo een mooi overzicht te maken van het gebeuren, en een andere fotograaf bij het kapot gooien van een fles champagne tegen de huid van zo’n schip.

Rijdend over de Schiedamsedijk kijk ik naar rechts. Daar zat de zaak. Jaren en jaren geleden. Weg. Een of ander ingenieursbureau zit er nu. Vijftig jaar geleden. Het is ook niet niks. Een halve eeuw. Twintig was ik. Smachtend naar avontuur op een ander terrein. Nou, dat heb ik geweten. Tot op de dag van vandaag.

Wordt vervolgd.



dinsdag 13 oktober 2015

In My Life (4)


 

There are places I’ll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain


De huurauto had ik geparkeerd op de Roderijselaan met als doel het stukje over de Bergweg naar van Oudgaarden te lopen. Mijn dagelijkse wandeling naar mijn nieuwe carrière als fotograaf herhalend, zoekend naar dezelfde opgewekte tred waarmee ik de stoep beliep, zwaaiend naar mijn vriendinnetje die als kapster werkte in een kapsalon en altijd op dezelfde tijd als ik langs liep, achter het raam stond om terug te zwaaien. Er is niet veel veranderd, ontdekte ik tijdens mijn wandeling. De bomen zijn iets groter misschien. Het verkeer drukker. Minder fietsers. Maar de tram is er nog, alleen heet het geen lijn veertien meer maar lijn vier. Die tien was blijkbaar overdreven volgens de RET en kon wel verdwijnen. Wat in zijn geheel kon verdwijnen was lijn elf naar het Lisplein en van de trambaan heeft men een mooi wandelpark gemaakt.

Van Oudgaarden bestaat niet meer. Allang niet meer. Waar vroeger in de etalage foto’s stonden en hingen van geslaagde opnames tijdens een trouwreportage, of van een studio opname van een mooie dame, of een vijftig jaar getrouwd stel, hangt nu de kleding van een modezaak. Er zijn zelfs geen contouren meer te ontdekken van de letters waarop vroeger te lezen stond: van Oudgaarden fotografie. Het pand is gebleven, zijn functie als onderkomen voor enthousiaste fotografen verdwenen.

Karel had zojuist bij mijn binnenkomst die eerste dag, de “Prix Nipes” gewonnen. Toen een belangrijke onderscheiding voor jonge beroepsfotografen als aanstormend talent. Karel was een boom van een vent, zag er voor zijn leeftijd veel en veel ouder uit, hij leek wel dertig maar was pas zeventien. Slechts een jaar ouder dan ik. Ook geestelijk liep hij ver op mij voor, had een volwassen kijk op de zaken, en zeker het zaken doen waarmee hij nogal eens in conflict kwam met van Oudgaarden zelf. Volgens Karel was het bedrijf beter te runnen en viel er veel meer geld uit te halen, als meneer, zoals hij hem noemde, wat meer aandacht besteden aan de fotografie zelf en niet aan zijn boot. Maar meneer voer zijn eigen koers, realiseerde zich waardoor zijn vader die voor hem de zaak bezat was overleden en hij weigerde zijn pad te volgen. Zijn Abel Tasman, het zeegaande jacht in de vluchthaven van Hoek van Holland, verkoos hij boven alles. Vaak verdacht ik hem er van dat hij mij had aangenomen om over zeilen te kunnen praten, over fotografie had hij het tenminste nooit.

Het vak fotografie werd besproken door de jonge talenten die in het bedrijf werkten. Karel, Harry, Ilona en dan had je nog Edith die zich slechts bemoeide met haar uiterlijk en verwoede pogingen deed Karel van haar lijf te houden. Karel was gek op haar, ofschoon ie acht jaar jonger was dan zij, maar dit was niet te zien. Mijn nieuwe baan in een nieuw beroep leek mij op het lijf geschreven. Ofschoon ik de eerste maanden niet uit de donkere kamer kwam waar ik trouwreportages mocht afdrukken, vond ik de hele sfeer binnen het bedrijf geweldig. Hier werd niet over voetballen gesproken, hier werden geen grove en flauwe moppen verteld over vrouwen, hier werd op niveau gesproken over kunst. Vooral over de fotografie, te zien in de diverse bladen. Nederlands of buitenlands. Vooral Franse bladen hadden de aandacht en ik keek mee en luisterde wat men er over zei en, begreep er geen bal van. Begreep niks over wat men te zeggen had over composities, achtergronden, personen op de foto’s die beter buiten beeld hadden kunnen blijven . . . die foto’s glansde toch mooi. Ik kende het woord nog niet, nu zou ik zeggen dat het allemaal behoorlijk “Would Be” op mij over kwam. Maar op dat moment vond ik nou eenmaal alles geweldig, waren zij verreweg mijn meerderen en ik onderwierp mij als de Niwit die niks van kunst wist.

Muziek, daar dacht ik alles van te weten. Gewoon door jarenlang mijn moeders voorkeuren aan te horen en hierbij uitleg te krijgen wat een bepaalde componist bedoeld had. Dus als je opgegroeid bent met muziek, moet je daar zelf ook wat mee en werd ik zanger in een band. Nou ja, band. Mijn jeugdvriendjes uit de straat hadden onder invloed van The Beatles en The Rolling Stones besloten ook maar een carrière te beginnen in de muziek, en dan de rock muziek. Zij zochten nog een zanger. Nou kon ik aardig wijs houden dus dat zingen zou mij wel goed af gaan, maar al snel ontstond er onenigheid binnen de groep over wat te zingen en vooral hoe dit in de juiste akkoorden te begeleiden. De drummer en oprichter van de groep was een hartstochtelijk Stones fan, waarmee hij in mijn ogen al direct te kennen gaf niet over een muzikaal oor te beschikken, en ik als Beatles fan dus wel. Wat wist hij nou van akkoord vreemde noten en atonale die zo tersluiks in hun melodieën verweven zaten. Dat hiermee naast de geraffineerde melodielijn dat bijzondere geluid werd gemaakt. Maar aangezien de rest van de band op de gitaren ook niks meer konden dan drie akkoorden spelen, is de groep nooit tot verder gekomen dan wat oefenen op de zolderkamer bij een van hen. “It’s all over now” van de Rolling Stones hadden wij voor het uiteen vallen toch nog goed onder de knie.

Mijn werkelijke carrière bewoog zich dan toch maar in de fotografie. Na van Oudgaarden heb ik nooit meer een baan gehad waar ik met zoveel plezier naar toe ging. Ik kon op zondag al verzuchtte in de wens dat ik wilde dat het al maandag was. 


Omdat ik tot de elite behoorde die zich met watersport bezig hield, mocht juist ik met meneer mee naar de HISWA in Amsterdam. Daar gingen wij opdrachten vervullen in het fotograferen van jachten tentoongesteld in de enorme RAI hallen. Exterieurs, interieurs, glanzend opgepoetste zeil –en motorjachten die allemaal kapitalen vertegenwoordigden, werden blootgesteld aan de optische balk waarmee je de voor –en achterwand kon basculeren en trouw gaf ik in opdracht van, een super Anglion 4.0 aan, hield lampen vast voor de juiste uitlichting en dronk met meneer en de bouwer van zo’n jacht jenever in de kuip, wat ik niet gewend was en daar dus kotsmisselijk van werd. Dagen achtereen zwierven meneer en ik over de HISWA en ik werd van plaszeiler met een flesje fris een zeezeiler met een fles jenever.
‘Je stinkt,’ zei mijn moeder als ik thuis kwam en haar passeerde op de gang. Als afleiding tikte ik tegen de barometer.
‘Ik denk dat het gaat regenen,’ antwoordde ik met dikke tong.  

Wordt vervolgd