zaterdag 29 augustus 2015

Mother’s nature son



“This is a lucky number, the man who gets this number will be prosperous and full of property dignity and success”, las ik op vodje papier nadat ik het stokje met nummer dertien uit het kokertje had geschud.



Het stokje schudden is een geliefde praktijk, en heeft natuurlijk niets te maken met bijgeloof want je doet zoiets voor een verlichtte persoonlijkheid die helaas is overleden, maar waarvan men een mooi heilig beeld heeft gemaakt. Vanuit het hiernamaals strooit hij met goede daden naar degene die in hem geloven, sterker, in hem “zijn of haar” persoonlijke almacht zien.

Het schudde vraagt om enige behendigheid want er mag maar een stokje uit het kokertje vallen. Als het er meer tegelijk zijn, dient men weer overnieuw te beginnen. Het hele ritueel kan dus best een half uurtje in beslag nemen, maar dat moet je er maar voor over hebben. In mijn geval werd het uiteindelijk nummer dertien. Een ongeluksgetal geloven veel mensen, maar de uitleg op het vodje papier vertelde heel iets anders. Ik moest mij gelukkig prijzen, las ik uit de tekst. Maar veel meer nog, de mensen die mij kennen. Je zal maar kennis hebben aan iemand; zo goed en geweldig als ik.

Voor het stokjes schudden ging ik eerst op m’n knieĆ«n. Wierook stokjes geklemd tussen de palmen van mijn handen, welke ik devoot op een gezonde afstand van mijn neus hield om mij er niet aan te branden. Het moet een mooi beeld geweest zijn, voor al die Thaise mensen die daar rond liepen en een farang zagen in diep gebed. Alleen, wat zij niet wisten, dat de farang ondertussen zijn blik liet dwalen langs de in gebed rondjes lopende mensen om de Chedi, om te zien of daar misschien nog lekkere wijven tussen zaten. De oude geilneef kan het niet laten, zou men kunnen denken, maar wat men niet door heeft dat de natuur het goddelijke in zich draagt en dat ik de natuur eer met het bestuderen er van. Wat ik niet kan laten zou men dus met even veel gemak een religie kunnen noemen. En wie een religie aanhangt moet ook in wonderen kunnen geloven.

Een liefdesverklaring is zo'n beetje het grootste wonder wat een een zeventiger nog te horen kan krijgen want wie houdt er tegenwoordig nou nog van oude van dagen. Tenzij de oude van dagen over de kwaliteiten beschikt die zo aardig worden omgeschreven op het vodje papier. En dit had in niet eens aan mijn speeltje laten lezen, wat overigens niet slaat op bescheidenheid maar veel meer op zelfbescherming. Toch zegt zij met enige regelmaat dat zij van mij houdt. Nou ja, zegt, fluistert het in mijn oor. Tegelijk met een diep en moeizaam ademhalen. Als zeventiger kun je hier natuurlijk trots op zijn, maar bij mij werkt dat niet. Als zeventiger ben ik er allang achter dat men over het algemeen niet weet wat ie zegt als het om liefde gaat en dat het slechts emoties zijn van tijdelijke aard. Er gebeurt namelijk iets in het brein wat een zuiver chemisch proces is en dit proces kan zomaar stoppen en voor je het weet ben je een lastige ouwe baas met een te smalle beurs om je geliefde de rest van haar leven de garantie te geven in weelde verder te kunnen leven.


Nog voordat ik de stokjes had geschud, met hierna mijn kwaliteiten lezend en wat mij te wachten stond, was ik met twee echte oude van dagen van ruim in de tachtig de berg opgereden van Doi Suthep. Wat Phrathat. Nu zij uit de Isaan waren overgekomen om hun dochter te bezoeken, wilde zij dit heiligdom absoluut zien. Zien en er vooral ook bidden. Misschien om een lang en gelukkig leven, ik heb het niet gevraagd.

Nu ik daar voor de zoveelste keer ook weer eens stond, dacht: kom, laat ik ook eens een gebed doen. Begon met de vraag of ik nou eindelijk eens de staatsloterij mocht winnen waarna ik het afzwakte naar het verkrijgen van een Toyota Camry en als dit allemaal niet mogelijk was, dan maar een golfronde onder de negentig slagen. Het zou afwachten worden, maar omdat ik over een nogal ongeduldige natuur beschik verplaatste ik mijn aandacht naar het stokjes schudden. Hier zou een direct antwoord op mijn vragen komen. 

En terwijl ik de uitkomst op het vodje papier las, met blijdschap vervuld, zag ik voor mijn geestesoog mijn vrouw bij een tempel in Sattahip die zich aan hetzelfde ritueel onderwierp. De uitkomst op het vodje papier aldaar had een veel mindere uitkomst als wat ikzelf kon lezen op de berg van Doi Suthep. Wij lachten. Wie gelooft nou zoiets. Twee dagen na het stokje schudden ging zij ten onder aan een hartstilstand. Overleefde en leeft al meer dan tien jaar voort als een kasplantje in een verpleeghuis. God gloeiende God, waarvoor, waartoe. Ik probeerde de gedachte aan het moment af te schudden. Het beeld van mijn reanimatiepogingen. Het beeld van al die draden en slangen die aan haar hingen of in haar lichaam verdwenen. Daar, in het Samitivej in Bangkok. Een Toyota Camry, een ronde van onder de negentig slagen, daar moest ik maar aan denken. Plat, werelds, zonder overweldigende emoties die slechts een chemisch proces vertegenwoordigen. God gloeiende God, wat heeft mij teruggedreven naar Thailand. Om haar graf te zoeken? Waar ben ik daarna allemaal ingetrapt. De liefdevolle armen om mij heen?
'I'll like to take care.' 

De tachtigers sleepten zich voort over de gloeiende marmeren vloer langs de Chedi. Zij liepen in gebed. Wat hebben zij nog te bidden, dacht ik. Twaalf kinderen hebben zij groot gebracht. Slechts twee ervan zij er tot nu toe overleden. Aan Aids. Omdat zij de natuur volgden die het goddelijke in zich draagt en daarbij vergaten dat het goddelijke ook zijn kwade kanten kent. God straft meteen. En ’s avonds bekeek ik nog maar eens een natuurfilm via U-Tube en kan nu haast niet meer wachten totdat BVN weer “Nederland zingt op zondag” van de EO uitzendt.

N.B.
De witte achtergrond onder de regels vragen niet om extra aandacht, maar is een fout van Blogger die ik niet kan repareren.