zaterdag 10 oktober 2015

In My Life (3)



 There are places I'll remember
All my life, though some have changed Some forever, not for better









Ineens kwam er een totaal ander geluid uit de transistor boven op mijn slaapkamer. Radio Luxemburg was een populaire zender waarop Buddy Holly, Gene Vincent, Vince Taylor, Del Shannon en  nog wat andere rockers te beluisteren vielen. Opzwepende muziek, maar inmiddels was mijn voorkeur al uitgegaan naar Jazz, met name Dave Brubeck, Art Blakey, Thelonius Monk. Misschien niet helemaal passend bij een vijftienjarige, maar echt iets aparts vond ik nou eenmaal niet in de populaire rockmuziek, en al helemaal niet bij Elvis Presley. Totdat er zich dat totaal nieuwe geluid aandiende. 


Ik hoor het Herman Stok nog zeggen in zijn programma 
“Tijd voor Teenagers.”

‘Een aardig plaatje van Cliff Richard wat zomaar een nummer een hit zou kunnen worden, maar op het moment is dit het geluid in Engeland.’
“Please Please me”, klonk het en ik verstijfde. De rillingen liepen over mijn rug. Mijn op Jazz akkoorden geoefende oren herkende het meteen. Dit was niet het normale E, A, B, schema wat in de rockmuziek werd toegepast, hier werden Jazz akkoorden gebruikt. Gecombineerd met harmonieuze zang in een opzwepend rocktempo. ‘Luister,’ riep ik naar mijn moeder. ‘Luister!’ 

Ach ja, mijn moeder. Zij zorgde er niet alleen voor dat ik weer een baantje had, hoe vreselijk ook, maar was ook mijn beste vriendin, wat ik in die tijd hardnekkig zou ontkennen natuurlijk, maar dit is een realisatie die pas na jaren kwam bovendrijven.



Mijn moeder was ontegenzeggelijk muzikaal. Zij speelde niet alleen verdienstelijk piano, maar zij had daarnaast een fijn gevoel voor goede muziek wat er in resulteerde dat de hele godganselijke dag Beethoven, Mozart, Schubert en ga zo maar door, via de radio te horen was. Het werd er bij ons als het ware ingehamerd en het ontging mij niet dat ik in tegenstelling tot mijn twee broers, het meest gevoelig was voor haar smaak. Haar invloed op mij hield trouwens niet op bij haar muziek keuze, er waren nog een tal van andere dingen die ik feilloos aanvoelde en te maken hadden met goede smaak of een “Meme”, een aangeboren gevoel voor beschaving. Lang voor mijn recalcitrante pubertijd, waren wij een eenheid. Ook al was ik dan een zoon en had ik eigenlijk een dochter moeten zijn, want naast die andere twee had zij liever een meisje gekregen, voldeed ik blijkbaar toch een aardig eind in haar wens. Mijn vader leerde mij fietsen, mijzelf leerde ik rolschaatsen, maar mijn moeder leerde mij zeilen en dit laatste zou een zeer groot deel van mijn leven mij een dienst bewijzen.

Mijn moeder hoorde het dus ook. Zij zocht de noten op de piano, zocht de akkoorden, fronste haar wenkbrauwen en zei: ‘Jezeem.’ En dit was nog maar het begin. Dit was nog maar het eerste wat wij gehoord hadden. Wij hadden geen idee wat er nog zou volgen.

Omdat de grafische bond vond dat ik als afgekeurde leerling handzetter ook daar in die drukkerij niet kon blijven, nam ik via een advertentie een baan aan bij de RMI. Leerling zeefdrukker. En weer vertrok ik ’s morgens vroeg op de fiets vanuit het oude noorden door het centrum, over de maasbruggen naar Rotterdam zuid, en begon om half acht te zeefdrukken. Blikvangers, die in de etalages geplaatst werden van de RMI zuivelwinkels. De ontwerpen en tekeningen van deze blikvangers werden vervaardigd door een kunstenaar met lange sliertige haren en een indrukwekkende baard. Zijn werk voor de zeefdrukafdeling was voor hem een zeker maandelijks inkomen, daarnaast was hij vooral kunstenaar die surrealistische schilderijen maakten. De eerste keer, dat ik door hem uitgenodigd, een expositie bezocht, bekeek ik een schilderij en vond het doodzonde dat er zo’n grote scheur in de rechterbovenhoek van het doek zat. Nadere beschouwing leerde dat de scheur was geschilderd en het een onderdeel vormde van het schilderij zelf. De verdere voorstelling op het doek was dus surrealistisch, een voor mij volkomen onbegrepen tafereel. Het was niet alleen zijn werk dat tentoongesteld werd, maar ook andere kunstenaars hadden er de door hun gemaakte kunst hangen, alleen dat bekeek ik niet. Ik vond het voldoende om naast hem te zitten, samen met zijn vrouw in kleurige kleding gestoken en met veel kralen in haar haar. Er waren overigens niet alleen beeldend kunstenaars aanwezig, maar ook schrijvers, dichters, poëten. Er lag bijvoorbeeld op een tafel een stapeltje op een soort krantenpapier gedrukte verzen, waarvan ik een exemplaar mee naar huis nam. Wat stond er op te lezen; “Ik sie fixi” en nog wat ander verkeerd gespelde woorden waar mijn broers zich om bescheurde omdat zij niet zoals ik de ware kunst hiervan herkende. Ik ook niet natuurlijk, maar zoiets geef je niet toe als je net besloten hebt ook kunstenaar te worden en eindelijk de richting weet die je uit wil. Alleen, welke kunst. Verkeerd spellen kon ik uitstekend, maar ik miste nog de inspiratie over wat ik nou eens verkeerd ging spellen waardoor het kunst leek.  

Waar het precies vandaan kwam weet ik niet meer, maar ik besloot fotograaf te worden. Het kan zijn door de benaming van dit beroep waarin graaf voorkomt en ik dit wel voornaam vond, of het feit dat een fotograaf wel enig aanzien had. Per slot was enig snobisme mij niet vreemd. Maar mijn beslissing ten aanzien van mijn beroepskeuze maakte ik mijn moeder annex manager bekend en zij ging op pad. Binnen de uitgebreide kennissenkring van mijn ouders, voortkomend uit de watersport, zat ook een fotograaf met een studio aan de Bergweg. Mijn moeder er heen, sprak met van Oudgaarden, de eigenaar, en deze nodigde mij via m’n moeder uit maar eens langs te komen. Op loopafstand van ons huis ging ik op de afgesproken datum op pad in mijn Sky jasje waarvan ik de kraag naar binnen had geslagen want zo leek het op zo’n jasje dat The Beatles droegen. In die tijd deed ik ook verwoede pogingen mijn haar te laten groeien, wat telkens mislukte onder druk van mijn moeder.

Tegenover mij stond een grote vent met een pijp in zijn mond in corduroy broek een houthakkers hemd en een bruine kop waarin goed te zien was dat hij een wilskrachtige kin had. Een zeezeiler optima forma. No nonsens, sjorren aan die lieren, recht zo die gaat, koers is koers. Niet dat ik toen al op de hoogte was van zeezeilen, maar ik vond hem het prototype van iemand die zich met deze tak van sport bezig hield. En hier spraken wij dan ook over. Hij over het zeezeilen, ik over mijn kleine BM op de Bergse plas. En last but not least, ik kon bij hem komen werken als leerling fotograaf voor tien gulden per week. ‘Weet je trouwens dat je kraag naar binnen geslagen zit,’ zei hij nog toen wij na de gemaakte afspraak afscheid namen van elkaar.

‘Het is gelukt,’ riep ik al vanuit de gang naar mijn moeder. ‘Ik mag er komen werken.’
‘Dat is fijn,’ zei zij, en tikte in het voorbij lopen op het ruitje van de barometer.
‘Ik denk dat het gaat regenen,’ was haar conclusie.





Wordt vervolgd

dinsdag 6 oktober 2015

In My Life (2)



There are places I’ll remember

All my life, though some have changed

‘Je kan best op de fiets,’ zei mijn moeder nadat zij op het ruitje van de barometer had getikt. Zo werden er weer twee dubbeltjes op de tram bespaard.


Op de fiets door het oude noorden via het centrum over de Maasbruggen naar de Persoonsdam. Een half uurtje flink doortrappen en dan net op tijd bij de fietsenstalling van Drukkerij Reclame. Een door mijn moeder bedachte oplossing voor het kind dat op school niet wilde deugen. Dan maar zo’n carrière “van onder af beginnen.” Ik werd assistent lamineerder. En wat betekende dit, als jochie van nauwelijks veertien bij een uit de klei getrokken boom van een vent, onverstaanbaar door zijn Brabants accent; staan achter een machine die een vreselijke tering herrie maakte en rollen papier waarop Blue Band te lezen viel door de machine laten lopen waarna het een mooie glans kreeg. Ik kreeg een donker blauwe overall, mijn meerdere droeg een grijze, de chefs die er rond liepen droegen geen overall, maar een witte jas. De hiërarchie was duidelijk. Het doel, onderaan beginnen en jezelf over jaren en jaren naar boven werken totdat je ook een witte jas aan mocht.

Het was een enorme fabriekshal bezaaid met monsterlijke machines die allemaal een enorm lawaai maakte en boven dit alles deden de Arbeidsvitamine via de her en der opgehangen luidsprekers, hun uiterste best om Connie Francis, Mantovani, Cliff Richard en andere arbeidsvreugde brengende artiesten, de dagen dragelijker te maken. Roken in de fabriekshal mocht niet, dit werd gedaan op het toilet waar ploegjes mannen elk anderhalf uur hun sjekkie gingen roken, intussen het voetballen van het afgelopen weekend doornamen en naarmate de week vorderden en het voetballen naar de achtergrond verdween, een ander belangrijk onderwerp onder de loep namen; Vrouwen.  Echt goeie seksuele voorlichting had ik thuis nooit gehad, hier liep ik deze leemte snel in, alleen met een misschien wat vertekend beeld over het welzijn tussen man en vrouw tijdens de geslachtsgemeenschap.

Drukkerij Reclame was voor mij een regelrechte hel. Ik snapte niets van alle procedures die er doorlopen werden om een pakkie Blue Band ook op een pakkie Blue Band te laten lijken, zoals in de winkel. En van het werkend volk begreep ik al helemaal niks. Het was voor mij niks bijzonders dat wij in een eigen huis woonden en evenmin dat wij een boot hadden. Al gauw kwam de vraag waarom ik eigenlijk werkte, want zo te horen kwam ik uit een schatrijk gezin. Waarom vonden die lui het nou zo bijzonder wat ik mij liet ontvallen, en kwam hierop zo’n jaloerse reactie.

Op die lamineer afdeling hield ik het dan ook niet lang uit en goddank had de in witte jas gestoken chef dit ook door en zag dat ik daar niet bepaald thuis hoorde zodat het hem een goed idee leek mij over te plaatsen naar de handzetterij. Een totaal andere wereld waar zo’n veertien man werkten, ieder achter een letterbak met een zethaak in de hand en maar regels makend, afgelezen van een vel papier. Het enige machinegedeelte zat in een geluiddicht hok en men noemde dit de monotype. Hier zat een man de hele dag op een toetsenbord te rammelen, hing er een staaf lood in een kokendheet bad en vanuit dit gesmolten lood werden letters gevormd die netjes in de juiste volgorde op een plateau terecht kwamen. Als tegengif tegen al dat lood wat er door de hele zetterij zo in de ruimte hing, kregen wij elke dag een halve liter melk. Gratis en voor niks.

Op de zetterij was geen herrie, een kleine transistor zorgde voor de arbeidsvitamine en de mensen die er werkten spraken zelden of nooit. Van het ene in het andere uiterste. De leeftijden varieerden tussen bijna dood tot jonge hond, al leken die jonge honden ook bijna dood want ook zij deden geen mond open. Leuk beroep, dacht ik. Nee, precies wat ik mijn verdere leven wil doen, handzetter! Nou, die kans kreeg ik ook niet want de bond eiste een test om te zien of je wel geschikt was, en tot mijn opluchting werd ik afgekeurd. Maar ontslaan doet een bedrijf als Unilever je niet zomaar, er bleek nog wel een ander plekje. Het magazijn. Ook hier lagen mijn talenten niet, zoals ik al snel merkte en ik smeekte mijn moeder of ik ontslag mocht nemen.

Met een zucht van verlichting werd ik werkloos want zomaar ergens anders een baantje vinden was niet zo makkelijk, en trouwens ik had geen idee wat dat dan moest zijn. Liever, veel liever sleet ik mijn tijd op mijn inmiddels verworven kleine BM aan de Bergse plas. Via enig gemanipuleer had ik het ding mijn broers ontfutseld omdat zij er maar weinig belangstelling voor toonde terwijl ik gek was op het water en het er op varen. Terecht vond mijn moeder dan ook dat ik het bootje ging gebruiken, want anders was het zonde. Dus tikte ik ’s morgens tegen de barometer, zag dat de zwarte wijzer nauwelijks van zijn plaats kwam, en vertrok als werkloze op de fiets, niet naar dat vreselijke Rotterdam Zuid, maar naar Hillegersberg, de Bergse plas, naar de werf van Breekweg waar het scheepje lag afgemeerd aan een steiger. Hier op de plas kon ik mij meten met de jeugd uit de happy few. Zij voeren dan weliswaar in Pluisjes rond, dure kleine plakhouten bootjes, en hadden vrij van het Gymnasium of Lyceum waar zij op zaten. Of ik ook vrij had van school, wist ik te omzeilen met antwoorden dat ik in een overbruggingsjaar zat, of dat wij net terug waren uit het buitenland en er nog geen plek voor mij was op bijvoorbeeld de academie, wat mij wel een aardige school leek met veel vrijheid. Wat betreft onze terugkeer uit het buitenland varieerde ik nog al eens wat betreft welk buitenland. Het meest populair vond ik op een gegeven moment Hongarije omdat er bij ons thuis vaak zigeuner muziek werd opgezet van Django Reinhardt en Stéphane Grappelli.

Aan het eind van de zomer, toen het zwarte wijzertje van de barometer steeds maar naar beneden ging, vond mijn moeder het welletjes, ging op pad en vond alweer een baantje voor mij. Weer bij een drukkerij, vlak bij ons in de buurt. Een familiebedrijf gespecialiseerd in het drukken verlovings, trouw –en rouwkaarten en die konden nog wel een jonge enthousiaste leerling handzetter gebruiken. Kortom, iemand die koffie zetten, de vloer aanveegden, de verlovings, trouw –en rouwkaarten netjes inpakten, en deze als klap op de vuurpijl op zijn eigen fiets bezorgden bij de klant. Een zeer geschikte baan met voldoende carrière mogelijkheden, vond mijn moeder. Voor de tweede keer had de hel zich voor mij geopend, ook al was deze iets minder vreselijk dan die eerste, of ik was al gehard.

Er deed zich in die eerste maanden een verzachtende omstandigheid voor. Een verzachtende omstandigheid waar iedere man intrapt. Het wordt liefde genoemd. Een grote leugenachtige samenvatting van iets wat je je hele verdere leven lang blijft achtervolgen. Waarom!? Omdat de natuur dat zo bepaald en wij nou eenmaal een belangrijk stukje natuur zijn waar maar moeilijk, zo niet, tegen te vechten valt.
Maar daar was zij. Een jaartje jonger, dun als een spicht, knap gezichtje, grote prachtige ogen en een buitengewoon lieve uitstraling. Daar was mijn troost. Mij zomaar inhalend op haar fiets wat ik mij niet kon laten welgevallen, in de pedalen ging hangen en haar roetsj inhaalde, naast haar bleef rijden en een bekeuring gaf voor het overtreden van de maximum snelheid. Wat de bekeuring inhield? Een afspraakje. Avondje naar de bioscoop. Bij God als ik weet welke film wij zagen, maar ik herinner mij wel de eerste kus in het half duister van de bioscoopzaal. Trillend over mijn hele lijf. Het zwarte wijzertje van mijn persoonlijke barometer maakte een grote sprong naar boven. 

Wordt vervolgd