Het is millimeterwerk. Als mijn neus net iets groter was geweest, had ik geheid klem komen zitten tussen het hoofdkussen en de scanner. Tergend langzaam schuift het als een kastje uitziend apparaat over mij heen en houd ik de ogen stijf gesloten om geen last te krijgen van claustrofobie. Het laatste onderdeel van de tweedaagse behandeling, nog een klein gesprek met de dokter en hierna . . . weer vrij. Ik stel mij al voor wat ik als eerste zal doen als ik weer frisse buitenlucht inadem. Juist, een sigaret opsteken.
Doodstil blijf ik liggen
terwijl de scanner tergend langzaam over mij heen gaat. Ondertussen staat mijn
hoofd niet stil en bereiden mijn gedachtes zich voor op mijn terugkeer naar
Chiang Mai. Eerst zijn het praktische gedachtes van niet vergeten dit en denken
aan dat, maar al snel verandert het en komt het in een flits bovendrijven; het
Skype telefoongesprek van gisterenavond met mijn speeltje, mijn als moeder
Theresa ontpoppende kindvrouwtje dat in staat bleek haar hele familie als een
soort verzorgend personeel op te laten treden want de oude zieke farang lijkt
op sterven na dood, en dit moet op een nette manier begeleid worden. Mocht mijn
relatie met mijn speeltje nog geleken hebben op een buitenechtelijke affaire,
de tijd heeft alles veranderd.
Hij zwaait naar mij. Haar
echtgenoot. Hij komt het beeld van Skype binnenlopen, zwaait en slaat met een
vuist op de plek waar zijn hart zit ten teken dat hij een sterk gevoel voor mij
heeft. Ik doe hetzelfde terug. Hij is ook zo lief. Heeft ook zo’n lieve
uitstraling. Zijn gezicht is een al vriendelijkheid, zijn ogen glanzen. Een
Ladyboy? Het zou mij niet verbazen. Getrouwd, een gezin vormend met vrouw en
twee kinderen zo de façade voor de hypocriete Thaise gemeenschap ophoudend. Het
zou mij niet verbazen want welke man leent nou zo makkelijk zijn vrouw uit, en is
zo naïef dat ie denkt dat dit slechts gaat om een vriendschap.
Zij komen mij
weer ophalen. Van het vliegveld. Zoals zij mij twee weken terug wegbrachten,
zullen zij nu weer klaar staan mij op te halen, naar mijn appartement te brengen,
heeft zij mijn was gedaan, zal zij mijn bed opmaken met een schoon laken en
kijkt de rest van de familie toe. Vader, kinderen en de aanhang daarvan. Een
merkwaardig fenomeen en Thailand verbaasd mij weer.
Ik heb mijn besluit
genomen. Onder de scan, tijdens het bekijken van het resultaat, grote zwarte
vlekken door heel het lichaam die aangeven waar de tumoren zich ophouden. Ik
heb mijn besluit genomen tijdens de behandeling met binnenwaartse bestraling
waar je je bepaald niet prettiger onder voelt. Mijn besluit is simpel. Weg uit
Nederland, nooit meer terug, niet in Nederland sterven maar juist daar waar een
hele familie zich opwerpt om voor mij te zorgen en ik zoiets in Nederland wel
op mijn buik kan schrijven. Mijn Thaise familie gaat niet gebukt onder de
morele waardes van het Joods Christelijk geloof waar de westerse wereld op
gebouwd is. Er overkomt mij een gevoel van berusting. Mijn besluit staat vast. Of
het besluit juist is zal blijken, ik wacht het wel af. Laat mij leiden door
mijn gevoel. Het onderbewustzijn.
In mijn ziekenhuiskamer
ligt een gastenboekje. Er is mij door de verpleegkundigen gevraagd of ik hier
iets in wil schrijven. Hopelijk iets positiefs. Waarom niet, denk ik. Iets
positiefs. Eens even denken. Verzorging uitstekend. Kamer prima. Televisie,
eigen badkamer, koelkast, goed bed . . . maar wat ontbreekt. Wat ontbreekt wat
in een Thais particulier ziekenhuis, waar de kosten vele procenten lager liggen
dan in Holland, zo gewoon is. Ik ben een ervaringsdeskundige. Ik kan
vergelijkingen maken. Waar gaat de vergelijking mank. Met het Samitivej in
Bangkok waar een strijkje in de aankomsthal werken van Vivaldi en Mozart
speelt? Gaat het mank bij gebrek aan een wachtlijst? Of is het de sfeer waarbij
het gevoel wordt opgeroepen dat het niet alleen maar om het sputterend lichaam
gaat, maar veel meer. Een geest, een gevoelsleven, een angstige patiënt die
gerustgesteld moet worden met liefde. Een aanraking, een hand die wordt
vastgehouden, een warme blik in de ogen. Het desnoods eindeloos bij je blijvend
totdat de geest gekalmeerd is, zich heeft overgegeven in vertrouwen dat het
allemaal wel goed komt. Zoiets kun je niet in het gastenboek schrijven. Het is
een kritiek die niet begrepen wordt. Men zou zelf moeten ervaren hoe het is,
een ziekenhuis in Thailand met Thaise verpleegkundigen. Zwaar onderbetaald en
wel.
Ik laat de bladzijde onbeschreven. Ik schaam mij. Ik had toch wel iets
kunnen schrijven. Gewoon dat de kamer schoon was, de badkamer zo ruim, het bed
zo zacht. Maar mijn gedachtes gaan naar de Thaise particuliere ziekenhuizen en ik
laat na mijn gedachtes ook eens te laten gaan naar de Thaise ziekenhuizen waar
de Thais komen die geen verzekering hebben. Geen geld. Waar veertig man op een
zaal ligt. Waar nauwelijks verplegend personeel rondloopt. Waar behandelingen
stomweg niet meer gedaan worden omdat de kosten de pan uitrijzen.
Na anderhalve dag in
isolatie word ik gemeten op radioactiviteit. Ik mag weg, hoor ik tot mijn
vreugde. Ik verzamel mijn spullen, stop mijn pakje sigaretten strategisch in
mijn jaszak zodat ik er straks met het naar buiten lopen niet naar hoef te
zoeken. De lucht voelt ijzig wanneer deze door de automatische schuifdeuren
naar binnen waait en ik de drempel overga. Frisse buitenlucht wordt het
genoemd. Het pakje Marlboro omklem ik in mijn jaszak. Ja, nu kan het. Ik ben de
drempel over. Peuter een sigaret uit het pakje, probeer hem aan te steken met
mijn aansteker die alsmaar uitwaait en mij zachtjes laat vloeken. Hierdoor sta
ik een paar seconden langer dan gepland frisse lucht te inhaleren. Opeens wordt
mij een Zippo onder de neus gehouden met een ware steekvlam. ‘Vuurtje,’ hoor ik
en kijk op. Een van mijn verpleegsters staat naast mij. Zij houdt de Zippo voor
mijn sigaret. Zij verricht de ultieme daad van liefde. Zij is direct gelijk aan
mijn Thaise verpleegsters. Waarom heb ik toch niks aardigs geschreven in het
gastenboek, vraag ik mij af.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten