Terwijl ik na alweer een gemiste putt gefrustreerd in de buggy stap, zie ik mijn vaste caddie op Gold Canyon bij Lamphun aan de zojuist langs de fairway geplukte bloemen ruiken.
‘Caddie mai dee,’ zeg ik en bedoel dat zij de verkeerde puttingline heeft aangegeven waardoor het balletje op ongeveer een meter langs de hole rolde en ik weer kon fluiten naar die lang gezochte birdie, of op z’n minst dan toch een par. Mijn scorekaart loopt schade na schade op. Aan mij kan het niet liggen, ik speel vandaag op de kop af al twintig jaar en dan mag je jezelf toch rekenen tot de toppers in het amateurcircuit. Vergeet daarbij wel dat ik al vijftig was toen ik er ooit mee begon en nu dus zeventig zodat je niet kunt verwachten dat je Tiger Woods ooit nog zal evenaren of überhaupt de slechtste speler uit het hele profcircuit. Tel je zegeningen, moet ik denken volgens veel mensen, want jij loopt, nou ja loopt, toch maar op een van de mooiste golfbanen die er hier in de buurt van Chiang Mai te vinden zijn en veel van je leeftijdgenoten kijken om die tijd dat jij je birdie miste, uit naar de koffie geserveerd door een handjevol vrijwilligers in het bejaarden tehuis.
Ondertussen inhaleert mijn caddie door haar neus de geur van het boeketje zojuist geplukte bloemen langs de fairway en bekijk ik haar met afgrijzen, als de schuldige nietsnut, alleen maar goed om mijn bal en clubs schoon te maken. En om mij fruit aan te reiken. De enige dagen dat ik fruit tot mij neem zijn de dagen dat ik golf speel, en dan op Gold Canyon waar zij al jaren mijn vaste caddie is en zij steevast een plastic zakje rijk aan vitamines C vruchten voor mij meeneemt. ‘A-Roi,’ vraagt zij dan. Ja, lekker hoor, en probeer door de zure partjes appel heen te bijten of laat mij een trosje druiven welgevallen om mijzelf hierna vol overgave weer op mijn pakje Marlboro te werpen, want vitamine C is een goed ding, je kan er ook teveel van binnen krijgen en dit dient op tijd geëlimineerd te worden.
Met haar linkerhand aan het stuur en met haar rechter het bosje bloemen onder haar neus houdend, stuurt zij de buggy naar de volgende Tee-box voor mijn laatste drive op de achttiende hole. Een Par 5 die vraagt om een rechte afslag omdat er links en rechts nogal wat obstakels zijn in de vorm van fairway bunkers, struikgewas en bomen waar je bal zo mooi achter kan komen te liggen, of tegen zo’n boom aan stuiteren zodat je hierna geen idee meer hebt waar hem terug te vinden. Zij verheft zich uit de buggy, reikt mij m’n driver en een tee aan, plus ook nog een keurig schoon gemaakte bal. Mijn medespelers kijken verwachtingsvol toe. Zie ik nou een satanische grijns?
Opa beklimt de Tee-box geholpen door zijn nutteloze caddie die hem stevig onder zijn arm vasthoudt. Haar bosje bloemen heeft zij voor een moment in de buggy laten liggen, maar het toch nog voor mekaar gekregen een bloemetje achter haar oor te frommelen in een poging koket en vol levensvreugd over te komen. Vol aandacht is zij dat opa niet uitglijd en de ongeveer twee meter hoger gelegen Tee-box achterwaarts weer verlaat voordat hij zijn bal een zwieper heeft gegeven. Op een dergelijke voorstelling wachten natuurlijk mijn medespelers, waarvan er een half Hollands, half Nieuw Zeelands is en in zijn pogingen de Nederlandse taal na veertig jaar nog enigszins te beheersen, zo alleraardigst faalt en het Engelse “interest” vertaalt naar interessant. De ander is een Engelse Amerikaan of een Amerikaanse Engelsman, hij murmelt wat mij betreft tenminste een soort taal die ik niet kan volgen.
Ik heb de top van de hoger gelegen Tee-box bereikt, weet zelfs al bukkend mijn tee in de grond te stoppen en daar het balletje op te deponeren. Mijn caddie staat achter mij. Zij gaat opletten waar mijn bal neerkomt. Opa heeft geleerd lang naar de bal te kijken wanneer hij z’n afslag doet en zijn nekspieren hebben een klein beetje hun soepelheid verloren zodat ie pas na het vertrek van de bal een aantal seconden later in staat is zijn hoofd op te tillen. En dit betekent meestal dat de bal dan al geland is en hij geen idee heeft waar. De caddie wel. Achter een boom. De uitroep “caddie Mai Dee” lijkt ook hier dan weer op zijn plaats waar zij hartelijk om moet lachen terwijl mij de humor hiervan volledig ontgaat.
‘You can do better?’ vraag ik haar geïrriteerd en reik haar mijn driver aan die zij met een glimlach van mij aanneemt met de bedoeling hem schoon te poetsen en weer terug in mijn tas te stoppen.
‘No, you hit a bal,’ en ik pak uit mijn broekzak een schoongepoetst exemplaar tegelijk met een tee en geef het haar. Zij twijfelt. Zal ik? Mijn medespelers beginnen haar aan te moedigen en ik grijns tegen haar in de verwachting dat als zij inderdaad een poging gaat ondernemen het balletje van de tee te slaan, dit waarschijnlijk zal resulteren in het omploegen van de Tee-box.
‘Oké,’ zucht zij, pakt mijn driver, neemt haar stand in, zakt een beetje door haar knieën, maakt tweemaal voorzichtig een proefswing, waarbij ik direct al zie dat het nooit goed kan gaan als zij de bal daadwerkelijk gaat slaan, en vraagt: ‘You sure?’ Ik knik. Het volgende ogenblik zie ik een bloemetje door de lucht vliegen. Een roze gekleurd op een mini lelie lijkend vlinderachtig ding wat zijn vleugels spreidt voor een zachte landing naast de Tee-box twee meter onder mij. Het bloemetje wat zojuist nog achter haar oor had gezeten, haar een meisjesachtig uiterlijk moest geven, haar vrouwelijke gevoeligheid moest suggereren, haar gevoel voor romantiek. ‘Dee, Dee,’ hoor ik mijn medespelers roepen. Ik speur de fairway af en zie nog net hoe de geslagen bal op stuitert naast de tweede fairway bunker op zo’n tweehonderdvijftig Yard. Gedecideerd geeft zij mij m’n driver terug.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten