woensdag 6 mei 2015

Jesus Christ Super Star



Vanaf een met sky bekleedde bank kijken wij naar buiten. Zien het grote scherm aan de gevel van de Maya waarop aan een stuk door reclamespotjes. Achter dit zijn de groene bergen van Doi Suthep. Zij glinsteren als het ware in de zon. Boven op een van de bergen bevindt zich de Wat Prha That. Een beroemd heiligdom, binnen het boeddhisme. Een belangrijk stuk Thaise cultuur. Mijn appartement ademt geen Thaise cultuur. Het geeft mij meer een gevoel ergens in Parijs op een wat armmoedige zolderkamer te zitten. De gedempte trompet van Miles Davis versterkt mijn melancholie.

‘I love you,’ zegt zij en krult zich tegen mij aan. Hoe mooi past het binnen de Parijse zolderkamersfeer. De onbestaanbare liefde.
Wat is love? Ik vraag het haar, ‘What’s love?’ Verschrikt kijkt zij op, went zich een moment van mij af.
‘Don’t you know?’ vraagt zij. Nee, moet ik mijzelf toegeven. Ik weet het niet en doe er het zwijgen toe.
‘Do you love me?’ vraagt zij dan maar. Mijn angst om haar pijn te doen wint het.
‘Off course I love you.’
‘How much,’ wil zij weten.
Alsof de veelheid aangeeft waar de zekerheid ligt. Ik zwijg weer.
‘If you love me than you know what love is,’ zo is haar logische conclusie.
Het gedempte geluid van Miles Davis trompet versterkt het drama en mijn notoire gevoel voor romantiek.

Nog een week. Dan mag ik mij weer melden tussen vrienden en de onverschilligen. Wat is liefde. De vraag die ik mijzelf al talloze malen gesteld heb. Was het christus aan het kruis? Zichzelf opofferend met de woorden: “Heer vergeef het hen, zij weten niet wat zij doen”. Nee, dat weten de onverschilligen niet. Zij die niet kunnen begrijpen, niet willen begrijpen, vastgeroest in hun beperkte denkwereld. Zo hoort het. Heer vergeef het hen. Het maalt in mijn hoofd. De magie van Thailand is verdwenen. Siam wiegt mij niet meer. Haar armen voelen als tentakels. Haar vraag is overbodig. Ik zal van je houden zolang het mogelijk is, had het antwoord moeten zijn. Hoelang? Wat is tijd. Relatief. Alles is relatief.

Mijn gevoel zegt dat in de tijd alles een doel heeft. Wat is mijn doel? Nog eens tien jaar overleven? In godsnaam niet. Na mijn dood reïncarneren? Bespaar mij deze lijdensweg. Weer onbegrepen, veroordeeld, gegeseld. Heer vergeef het hen. Is het liefde? Een klap in het gezicht en je andere wang toekeren?

Nog voor de haan driemaal gekraaid heeft. Het maalt in mijn hoofd. Het gevoel van verraden te zijn. Op basis van simpele feiten. Nooit doordenkend. Niet wetend welke liefde er achter schuil ging. Met als gevolg; de dood. Al heel lang aan voelen komend. Gij die zonder zonde zijt . . .

‘You not conna die, please,’ zegt zij.
Ik trek mijn schouders op.
‘When the time is there,’ antwoord ik onverschillig.
‘But I can’t miss you,’ is wat zij zegt.
Heb ik vaker gehoord, denk ik. Wacht maar af, als ik het tijd vind dat er grote veranderingen plaats moeten vinden om jou vooruit te helpen. Dan kan je mij missen als kiespijn. Want jij wilt niet vooruit. Je vindt het best zo. Lekker in je droomwereld vertoeven, dicht tegen mij aanliggend en dan je lichte schokken voelend die mij vertellen dat je je veilig voelt en het warm is in je hart. Zo wil je dat het blijft. Een status quo. Maar het leven is geen status quo. Leven is pas leven als er veranderingen plaats vinden. Veranderingen die je aan moet grijpen om vooruit te komen. Veranderingen om werkelijke liefde te leren kennen. Waarbij de liefde de kans krijgt zich uit te diepen. De liefde die zichzelf niet zoekt, maar in begrip naar de ander en zijn werkelijke vraag. Hou van mij! Wieg mij niet, maar hou van mij.

Miles Davis. De gesloten gordijnen. Zij die tegen mij aanligt. Zoekend naar wat zo gemist is. Jaren. Haar onzekerheid. Wie is hij? Wat doet hij met mij? Ik ben het. Sanguinisch, bloed, vluchtig. Bouw niet op mij volgens de tradities van huisje boompje beestje. Ik ben een reiziger. Altijd onderweg. Altijd op zoek naar het nieuwe, het onbekende. Het ligt in mijn aard. Maar ik ben altijd trouw. Altijd trouw aan hetgeen wat ik belangrijk vind. Ook al drijf ik ver weg voor je gevoel, ik zal altijd terugkomen. Hou van mij als de reiziger, altijd onderweg, altijd weer terugkomend. Trouw tot in de dood.  




Geen opmerkingen:

Een reactie posten