Vanaf een met sky bekleedde bank kijken wij naar
buiten. Zien het grote scherm aan de gevel van de Maya waarop aan een stuk door
reclamespotjes. Achter dit zijn de groene bergen van Doi Suthep. Zij glinsteren
als het ware in de zon. Boven op een van de bergen bevindt zich de Wat Prha
That. Een beroemd heiligdom, binnen het boeddhisme. Een belangrijk stuk
Thaise cultuur. Mijn appartement ademt geen Thaise cultuur. Het geeft mij meer
een gevoel ergens in Parijs op een wat armmoedige zolderkamer te zitten. De
gedempte trompet van Miles Davis versterkt mijn melancholie.
‘I love you,’ zegt zij en krult zich tegen mij
aan. Hoe mooi past het binnen de Parijse zolderkamersfeer. De onbestaanbare
liefde.
Wat is love? Ik vraag het haar, ‘What’s love?’
Verschrikt kijkt zij op, went zich een moment van mij af.
‘Don’t you know?’ vraagt zij. Nee, moet ik
mijzelf toegeven. Ik weet het niet en doe er het zwijgen toe.
‘Do you love me?’ vraagt zij dan maar. Mijn
angst om haar pijn te doen wint het.
‘Off course I love you.’
‘How much,’ wil zij weten.
Alsof de veelheid aangeeft waar de zekerheid
ligt. Ik zwijg weer.
‘If you love me than you know what love is,’
zo is haar logische conclusie.
Het gedempte geluid van Miles Davis trompet
versterkt het drama en mijn notoire gevoel voor romantiek.
Nog een week. Dan mag ik mij weer melden
tussen vrienden en de onverschilligen. Wat is liefde. De vraag die ik mijzelf
al talloze malen gesteld heb. Was het christus aan het kruis? Zichzelf
opofferend met de woorden: “Heer vergeef het hen, zij weten niet wat zij doen”.
Nee, dat weten de onverschilligen niet. Zij die niet kunnen begrijpen, niet
willen begrijpen, vastgeroest in hun beperkte denkwereld. Zo hoort het. Heer
vergeef het hen. Het maalt in mijn hoofd. De magie van Thailand is verdwenen.
Siam wiegt mij niet meer. Haar armen voelen als tentakels. Haar vraag is
overbodig. Ik zal van je houden zolang het mogelijk is, had het antwoord moeten
zijn. Hoelang? Wat is tijd. Relatief. Alles is relatief.
Mijn gevoel zegt dat in de tijd alles een doel
heeft. Wat is mijn doel? Nog eens tien jaar overleven? In godsnaam niet. Na
mijn dood reïncarneren? Bespaar mij deze lijdensweg. Weer onbegrepen,
veroordeeld, gegeseld. Heer vergeef het hen. Is het liefde? Een klap in het
gezicht en je andere wang toekeren?
Nog voor de haan driemaal gekraaid heeft. Het
maalt in mijn hoofd. Het gevoel van verraden te zijn. Op basis van simpele
feiten. Nooit doordenkend. Niet wetend welke liefde er achter schuil ging. Met
als gevolg; de dood. Al heel lang aan voelen komend. Gij die zonder zonde zijt .
. .
‘You not conna die, please,’ zegt zij.
Ik trek mijn schouders op.
‘When the time is there,’ antwoord ik
onverschillig.
‘But I can’t miss you,’ is wat zij zegt.
Heb ik vaker gehoord, denk ik. Wacht maar af,
als ik het tijd vind dat er grote veranderingen plaats moeten vinden om jou
vooruit te helpen. Dan kan je mij missen als kiespijn. Want jij wilt niet
vooruit. Je vindt het best zo. Lekker in je droomwereld vertoeven, dicht tegen
mij aanliggend en dan je lichte schokken voelend die mij vertellen dat je je
veilig voelt en het warm is in je hart. Zo wil je dat het blijft. Een status
quo. Maar het leven is geen status quo. Leven is pas leven als er veranderingen
plaats vinden. Veranderingen die je aan moet grijpen om vooruit te komen.
Veranderingen om werkelijke liefde te leren kennen. Waarbij de liefde de kans
krijgt zich uit te diepen. De liefde die zichzelf niet zoekt, maar in begrip
naar de ander en zijn werkelijke vraag. Hou van mij! Wieg mij niet, maar hou
van mij.
Miles Davis. De gesloten gordijnen. Zij die
tegen mij aanligt. Zoekend naar wat zo gemist is. Jaren. Haar onzekerheid. Wie
is hij? Wat doet hij met mij? Ik ben het. Sanguinisch, bloed, vluchtig. Bouw
niet op mij volgens de tradities van huisje boompje beestje. Ik ben een
reiziger. Altijd onderweg. Altijd op zoek naar het nieuwe, het onbekende. Het
ligt in mijn aard. Maar ik ben altijd trouw. Altijd trouw aan hetgeen wat ik
belangrijk vind. Ook al drijf ik ver weg voor je gevoel, ik zal altijd
terugkomen. Hou van mij als de reiziger, altijd onderweg, altijd weer
terugkomend. Trouw tot in de dood.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten