Het voelt alsof je bent beland in een Zuid-Europees plaatsje. Smalle straatjes schuin omhoog lopend, geplaveid met kleine keien, winkeltjes aan beide zijde waarbij je bij sommigen de bekende toeristische pluralia kunt kopen, bij anderen merkkleding, hoeden, petten en natuurlijk een overvloed aan mini barretjes waar vooral koffie wordt uitgevent.
Het splinternieuwe plein
op de hoek van de Nimmahiminn in Chiang Mai, en tegenover het kwaliteits warenhuis
de Maya, heeft de naam “T” station meegekregen waarbij de “T” staat voor Think.
Hoe men op die naam gekomen is? Het is voor mij tot nu toe de vraag, maar misschien
dat het een plek moet zijn waar je erg goed kunt nadenken. Ik heb het
geprobeerd, zittend op een van die terrassen bij zo’n koffiebar, maar veel
verder dan: zo, da’s een lekker wijf wat langs loopt, kwamen mijn gedachtes
eerlijk gezegd ook niet.
Niettemin is een verblijf bij “T” station
aangenaam, ontbreekt het goddank aan keiharde muziek, Thaise smartlappen,
Karaoke en noem nog eens wat ellende waar veel Thais zo dol op zijn, maar het tegendeel;
aangename easy Jazz. Een driemans bandje bestaande uit Farangs met akoestische
gitaren zonder versterker maken het verblijf op dit plein erg aangenaam en het
publiek luistert naar de zoete klanken zonder een microfoon te willen grijpen
om de rest van de aanwezigen te pijnigen met hun gekweel.
Een oase in Chaing Mai, de “T” station. En
voor mij op een loopafstand van vijf minuten vanuit mijn appartement op de
achtste verdieping van het Hill Side appartementen complex. Hill Side staat
voor het uitzicht dat men vanaf hier heeft op Doi Suthep wat je nauwelijks een
heuvel kunt noemen, maar meer een berg waarop zich de beroemde Wat Phra That
bevindt. Hill Side is een vijftien verdiepingen tellend condominium met twee
zwembaden, waarvan er een op het dakterras en een op de vierde verdieping, plus
koffie en cocktailbars en een restaurant. En een gym waar je kunt hardlopen
zonder ook maar een centimeter vooruit te komen, dingen omhoog tillen die net
zo goed op hun plaats hadden kunnen blijven liggen en roeien op het droge. Niks
voor mij, zwembaden en zo’n fitness centrum. Hardlopen doe ik alleen als ik
bedreigd word en zwemmen als ik dreig te verzuipen. Kortom, wat ik al die
sportievelingen zie doen acht ik tamelijk onzinnig. Maar leven en laten leven,
doe je best maar ik heb mijn inspanning met een wandeling naar de “T” station.
Wat eten betreft kun je op het plein kiezen
uit twee Japanse restaurants waarvan er een erg slecht is en de ander een stuk
beter wat zich dan ook verhoud in de prijs. Wie in Chiang Mai verblijft en echt
goed Japans wil eten voor een wel zeer schappelijke prijs, kan zich beter
melden bij Tsunami, een aan dezelfde straat gelegen restaurant, maar wel een
stuk verderop wat vanaf het plein niet aan te lopen valt. Een Tuk Tuk biedt de
oplossing.
De Nimmahiminn, waaraan de “T” station gelegen
is, bestaat al vele jaren en is de sjieken straat van Chaing Mai. Het publiek
hier is niet te vergelijken met wat men zo rondom de Night Bazaar ziet waar in
de buurt zich ook de zogenaamde Walking Street bevindt met meisjes die poolbiljart
met je willen spelen, cocktails drinken en je geïnteresseerd vragen waar je
vandaan komt, hoe oud je bent en of je het leven als een last ervaart want dan
hebben zij misschien wel een oplossing.
De Nimmahiminn is keurig, zo gezegd. En
levendig. Veelal bevolkt door de Thaise happy few met daarnaast wat welgestelde
farangs. Maar het is niet alleen maar deze straat die de buurt maakt tot wat
het is, het zijn ook al die zijstraatjes waar zich de goede restaurants
bevinden waar je ook iets anders kunt eten dan Thais voedsel. Italiaans, Frans,
Duits, Mexicaans . . . Hollands heb ik nog niet gezien wat ik overigens niet
als een gemis beschouw want stamppot en boerenkool kan wat mij betreft direct
de afvalbak in. De Hollandse cuisine is voor mij meer een broodje Hema worst.
En Oosterschelde kreeft die ik twee dagen na de opening van het seizoen mocht
eten bij restaurant Maritiem in Zierikzee toen ik voor een wijle in Holland was.
De eigenaar van dit etablissement is een goede kennis van mij die Thailand twee
keer heeft bezocht, met name Chiang Mai waar ik hem de Nimmahiminn heb leren
kennen met als bijzonderheid Soi 1 waar zich op het eind het Fusion restaurant
Mix bevindt. Hier aten wij met een groep van vijf man, waarvan er vier met hem
mee waren gereisd om het avontuur Thailand aan te gaan, en ik dan als de
waardevolle gids. Vier connaisseurs en ik die ook het broodje Hema worst weet
te waarderen. Zij gingen uit hun dak wat betreft het geserveerde voedsel. Om
zeven uur ’s avonds schoven wij aan tafel, om twaalf uur ’s nachts deden wij
het licht uit.
Alhoewel ik voorheen praktisch nooit in de
stad kwam, woon ik er nu zelfs. En op dit moment nog maar slechts een week. Of
ik het mis? Mea Jo waar ik een huurhuis bewoonde met veel tuin vol tropisch
lommer. Nog niet, zeg ik nu na een week in het gegoede gedeelte van Chiang Mai.
Kan nog komen natuurlijk wanneer dit condominium vol bezet raakt met
vakantiegangers vooral uit Korea. Ik heb mij tenminste laten vertellen dat deze
toeristen zich nogal weten te misdragen en geluiden voortbrengen die wij in
onze westerse beschaving binnen een gezelschap allang hebben uitgebannen. Ook
schijnen zij van muziek te houden, nou ja, een soort van, en de behoefte te
hebben dit tot ’s avonds laat met hun buren te delen. We zullen zien. Of ik dan
de doodse stilte ga missen in en rondom het huurhuis in Mae Jo.
Vanaf mijn balkon heb ik uitzicht op de eeuwig
groene bergen van Doi Suthep. Elk jaar, tot nu toe, als er Hollandse bekenden
overkwamen om de winter in Nederland te ontlopen, sleep ik er wel een aantal
mee naar boven en breng ze naar de Wat Phra That waar honderden andere
toeristen rondlopen, gewapend met digi’s, devoot gekleed, vol eerbied voor het
heiligdom. Zo heb ik al talloze malen de lijdensweg naar boven genomen, weliswaar
in de auto wat het lijden een stuk verkort, maar lijden blijft het want ik hou
er niet van alsmaar aan het stuur te moeten draaien om netjes op het asfalt van
de bochtige weg naar boven, met daarna weer naar beneden, te blijven. Ik heb
mij dan ook voorgenomen het nooit meer te doen. De eerst volgende -zo die er
nog zijn want ik ben een beetje door mijn Hollandse vrienden heen- nemen maar
een bustaxi.
Aan de Huaykaew, waaraan het appartementen
complex gelegen is, ligt op een loopafstand de Kad Suan Kaew. Het oudste
winkelcentrum in Chiang Mai wat gebukt gaat onder al die andere shopping mall’s
die de laatste jaren hun deuren hebben geopend. Niettemin blijven de
bezoekersaantallen nog aardig op peil en is er nog maar weinig leegstand. De
wandeling naar dit winkelcentrum vanuit het appartementen complex, neemt zo’n
vijftien minuten zodat het raadzaam is dit pas te doen wanneer de zon al achter
de berg Doi Suthep ten onder gaat en de temperatuur iets zakt. Überhaupt hoeft
wandelen in Chiang Mai niet bepaald een hobby te zijn. Oké, je ziet meer dan
vanuit een auto, maar het plaveisel van de stoepen, zo die al aanwezig zijn, is
niet van dien aard dat je ook rustig rond kunt kijken. Nee, houd de blik naar
beneden gericht als je tenminste niet wil struikelen over losliggende stenen,
in kuilen stappen of stomweg over een slapende hond je nek wilt breken.
Oversteken naar de andere zijde van de straat kun je slechts doen als je
beschikt over een behoorlijk portie doodsverachting. Voetgangers zijn in
Thailand vogelvrij in tegenstelling tot in Nederland waar de benenwagen uiterst
wordt gewaardeerd en gepromoot.
Nu ken ik de Kad Suan Kaew al vele jaren omdat
het grenst aan het Ram Hospitaal en ik daar een vaste gast ben zodat ik na weer
eens een bezoek aan dokter zus en zo altijd even het winkelcentrum in loop om
te zien wat zij in de uitverkoop hebben. Verbazend om te zien dat het ’t hele
jaar “End of Season” is en de prijzen volgens de labels aan de diverse
artikelen, een enorme duikeling hebben gemaakt. Kopen, kopen, kopen. Vooral het
eind van de maand wanneer de salarissen zijn uitgekeerd en men over geld
beschikt wat brandt in de Thaise zakken.
De Kad Suan Kaew mag dan lijken op vergane
glorie, het is en blijft een gezellig winkelcentrum. En je kunt er lekker eten,
als je van Thais eten houdt tenminste. En als je er niet van houdt is er een
alternatief onder de naam “Sizzler” die nog net geen broodjes Hema worst
serveert, maar wel die richting uit gaat. Duitse braadworst bijvoorbeeld
geserveerd met een bergje Belgische patat en zoiets staat stijf in je maag na
een eventuele consumptie. Verder is er binnen dit winkelcentrum nog de bekende
Pizzahut en KFC waar men plofkip kan verorberen. Binnen de Kad Suan Kaew is er
zelfs een heuse Mac store te vinden onder de naam I-Beat waar je I-phones,
I-pads, I-Mac’s en Macitosch notebooks kunt kopen. Allemaal voor dezelfde
prijzen die je in Europa, of waar ook ter wereld betaalt. Apple heeft de zaak
goed in de hand. En dan is er natuurlijk de Central, een apart gedeelte waar de
betere waar te vinden valt, tenminste, dit wordt gesuggereerd.
Nu het regenseizoen begonnen is en er af en
toe, meestal ’s avonds, een aantal forse regenbuien vallen, is ook de smog
verdwenen. De lucht is weer helder, en misschien wel schoon. Je kunt nu
inderdaad weer Doi Suthep zien wat vanaf half maart tot en met april niet
mogelijk is. De temperaturen bereiken niet meer de veertig graden, maar blijven
netjes tussen de dertig en vijfendertig. En naarmate de tijd vordert, lopen zij
steeds verder terug. Officieel moet de zomer nog beginnen, maar ik kan nu al
uitkijken naar de winter. Wanneer de donkere dagen voor kerstmis mij diepe
depressies bezorgen in Holland en ik hopelijk als alle voorgaande jaren gewoon
hier ben. Wandelend op een golfbaan, wandelend in de stad de blik naar beneden
gericht om niet te struikelen, wandelend naar de “T” station om eens flink na
te denken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten