maandag 19 oktober 2015

In My Life (6)



 There are places I’ll remember

All my life, though some have changedSome forever, not for betterSome have gone and some remainAll these places have their momentsWith lovers and friends I still can recall



Zeilen deed ik met mijn vriendinnetje op de Bergse plas. Inmiddels had ik mijn BM verruild voor een Sharpy, een strak gelijnd gaffel getuigd oud Olympische klasse. Het was een behoorlijke miskoop want het ding was zo rot als een mispel, en de vriend die mij het ding had aangesmeerd was sindsdien mijn vriend niet meer. Ik maakte toen voor het eerst kennis met wat vriendschap voor sommige mensen betekent. Of ik hiervan voor mijn latere leven wat heb geleerd: Neen!

Mijn vriendinnetje was dus kapster wat niet het ideale beroep is als je je ook nog met watersport wil bezig houden. Het representatieve kapsel had danig te lijden met al die wind zodat het er steeds vaker op neerkwam dat wij het haventje slechts verlieten om een eindje verderop een enorme rietkraag in te varen, goed verstopt voor wandelaars langs de plas waaronder haar vader en moeder.

Het waren best gelukkige tijden, toen. Een boot, een vriendin en . . . een Puch. Hoog stuur, voetversnelling, zeilzak tussen de knieën op de benzinetank . . .  behoorde ik tot de happy few? Of niet soms. Nou en of, zeker gelet op het feit dat ik met belangstelling werd bekeken door meisjes bij de tram of bushalte als ik met een arrogante tronie voorbij reed. Toen deed het mij nog niet veel, bekeken te worden door andere meisjes. Ik had mijn vriendin en dat was dat. En was mijn vriendin nou maar net iets levendiger geweest, iets meer zin gehad in avontuur, misschien was ik mijn hele leven met haar samen gebleven.

Maar zomaar kwam zij binnenwaaien als het nieuwe meisje voor het glanzen en snijden van de foto’s. Een brok giechelend leven die op zaterdagavond ging dansen bij Jansen, verder een uitgaansleven kende die mij vreemd was en zo te horen, voor wie geen zee te hoog ging. Zij werd onwetend de eerste bommenlegger onder mijn zogenaamd gelukkig bestaan. Kortom, ik werd verliefd op haar, zij op mij, en hup . . . daar ging ie. Tranen en ellende bij de andere partij, tranen bij mij omdat ik er bij Tom Kroeze werd uitgeflikkerd -wij kunnen iets dergelijks niet tolereren binnen ons bedrijf- en daar stond ik dan. Werkloos en wel, geen vriendinnetje meer, geen echt salaris meer, allemaal de schuld van de “Femme Fatale” want tja, iemand moet toch de schuld krijgen.

Ik kreeg een baan als magazijnbediende. Leerde vorkheftruck rijden, wat natuurlijk hartstikke leuk was, en af en toe met de bestelwagen pakjes rondbrengen. Dat autorijden vond ik nog leuker en al snel ging ik solliciteren naar een baan waarbij ik veel moest autorijden. Het werd boodschappen bezorgen voor de Gruyter. Leuke baan in veelal nieuwbouw woonwijken waar jonge gezinnen woonden, de man buitenshuis aan het werk, de huisvrouw die advies vraagt over de kleurstelling in de slaapkamer. Ik had daar natuurlijk verstand van want eindelijk zag er uit als een kunstenaar met lange haren en een woeste baard. Welke kunst ik uitoefende was voor mijn omgeving nog even de vraag, maar ik had mij intussen bekwaamd in het verleiden van vrouwen en zoiets is toch ook een kunst.

Ik kwam terug in de fotografie door de eerste fotograaf bij Tom Kroeze; Cor. Hij was mij trouw blijven bezoeken omdat ie mijn zolderkamer wel gezellig vond geloof ik, en er daar altijd mensen waren, er altijd muziek was en hij even weg bij zijn vrouw en kinderen. Hij wist nog een fotograaf die iemand zocht, ik er heen en werd aangenomen voor het maken van trouwreportages. Niet precies het ideaal, maar stukken beter dan boodschappen bezorgen voor de Gruyter. Twee jaar hield ik het daar vol, stapte toen over naar een andere fotograaf, die na een jaar failliet ging en stond weer op straat als werkloze. Met deze situatie was ik inmiddels aardig vertrouwd, maar ik besloot nu maar eens mijn uitkering aan te vullen met het ’s avonds werken in een kroeg. En hoeveel mensen leer je kennen in een kroeg? Veel. Heel veel. Veel kunstenaars hieronder, een groep waar ik ook toebehoorde vond ik en zij niet, maar hier trok ik mij niets van aan. Per slot is fotografie ook een vorm van kunst.

Met wat gespaard geld kocht ik een andere boot, een Flying Dutchman. Inmiddels ook een ex-Olympische klasse. Een soort zeilmachine waarvoor de plas te klein was, dus verhuisde ik het ding naar de Grevelingen, vond een plekje in de oude werkhaven van Bruinisse en racete in een uur samen met een bemanningslid in de trapeze over de veertig kilometer lange Grevelingen. Dit was geen zeilen, dit was formule 1. In Bruinisse viel ik op bij de kapitalisten met een zeegaand jacht die mij wel wilde hebben als bemanning. Mijn zeezeilen ervaring nam hier zijn aanvang, en niet lang daarna was ik de kapitein op zo’n jacht en bracht zo’n schip met een door mijzelf samengestelde bemanning naar een plekje waar vandaan de eigenaar met weinig tijd graag eens zijn vakantie door wilde brengen.

Wat kon het leven toch mooi zijn. Een beetje bij elkaar geraapt zooitje gezellige jongens die best met mij zo’n jacht naar Cherbourg, Cowes, of een heel andere kant op, Kopenhagen wilde brengen. Nooit in een keer, zo’n tocht, want in elk stadje een ander schatje, wij waren per slot op dat moment zeelui en dan dien je je ook als zeeman te gedragen. Er volgende grotere tochten vanuit Portugal zonder tussenstops want als je de golf van Biscaye dwars oversteekt vind je niet zoveel havens.

Rechts zie ik de Grevelingen, links het Slijkgat. Ik rijd in mijn huurauto over de Grevelingendam richting Bruinisse. In deze oude vissershaven liggen dierbare herinneringen diep verborgen in mijn geheugen die als vanzelf boven komen drijven op het moment dat ik stop naast het hek van jachthaven Bru. De selectie van mijn herinneringen blijven echter steken bij de mensen die er hun weekends doorbrachten op hun jacht, de zuippartijen, het gesodemieter wat er uit voortkwam, een vereniging zoals zovelen alleen met meer plaatselijke mogelijkheden omdat jachten voorzien zijn van slaapplaatsen. Het kinderspelletje van overlopertje, met mijzelf voorop, werd hier dan ook ruim beoefend. 

Ditmaal was het mijn vader die een baan voor mij vond. Directiechauffeur bij een grote beleggingsmaatschappij. Mij leek het wel wat, directeuren rondtoeren en ik solliciteerde en werd aangenomen. Werkte ik daar nog maar koud een maand, ontdekte ik een complete filmzaal waarin Multi Vision kon worden vertoond. Kon worden vertoond, want er was nog nooit gebruik van gemaakt. En niemand die nou precies wist wat er mee te doen. Of ik een demonstratie mocht geven met de mogelijkheden die zo’n medium biedt. In mijn eigen tijd zou ik iets in mekaar zetten. Hierna brak er een glorieuze tijd voor mij aan. Ik moest presentaties gaan maken. Kreeg alle vrijheid om zoiets te doen. Werktijden waren voor mij niet meer belangrijk, waar ik de hele dag uithing keek niemand naar om, ik was eigen baas, deed wat ik wilde en waarvan ik dacht dat men dit wilde. Maakte niet alleen de dia shows over vier schermen met zestien projectoren, schreef er de teksten bij en fotografeerde het beeldmateriaal bij elkaar. Door heel Europa. In Amerika. Ging met de groep op tournee naar Parijs, Cannes, Monaco, Zurich om het ondersteunende beeldmateriaal bij de speech te verzorgen. Dineerde mee in Hotel de Paris in Monaco met naast mij Edward Heath de voormalige premier van Engeland. Wij hadden het over zeilen. Ik was nu werkelijk kunstenaar, maar dan strak in het pak, zonder nog lange haren en met een keurig onderhouden baard.

Acht jaar genoot ik van al die glorie. Was een fotograferende zeezeiler, reisde over de wereld, had veel vrienden en vriendinnen en toen kwam de crisis, zakte de aandelenmarkt naar een dieptepunt, moest er bezuinigd worden en sloot men mijn afdeling visuele ondersteuning en werd ik weer werkloos met als klap op de vuurpijl dat iemand ook nog John Lennon doodschoot.
De barometer daalde. Er was storm  komst.

Wordt vervolgd 
 

3 opmerkingen:

  1. Leuk om te lezen. Toch ben je 1965 nog samen met je kappende vriendinnetje op vakantie geweest. In Consdorf in Luxemburg om precies te zijn. Met haar ouders mee als chaperone, dat wel natuurlijk...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Klopt. En jij was daar ook. Met je ouders en op de terugweg hadden jullie een ongeluk. Weet jij wat van Dita?

      Verwijderen
    2. Ik heb Dita ongeveer 5 jaar geleden voor het laatst gezien. Bij de crematie van haar moeder... Mijn tante Marie dus.
      Ik was in Luxemburg overigens niet met mijn ouders, maar met mijn zus en zwager.

      Verwijderen