There are places I’ll remember
All my life, though some have changedSome forever, not for betterSome have gone and some remainAll these places have their momentsWith lovers and friends I still can recall
Zeilen deed ik met mijn vriendinnetje op de
Bergse plas. Inmiddels had ik mijn BM verruild voor een Sharpy, een strak
gelijnd gaffel getuigd oud Olympische klasse. Het was een behoorlijke miskoop
want het ding was zo rot als een mispel, en de vriend die mij het ding had
aangesmeerd was sindsdien mijn vriend niet meer. Ik maakte toen voor het eerst
kennis met wat vriendschap voor sommige mensen betekent. Of ik hiervan voor
mijn latere leven wat heb geleerd: Neen!
Mijn vriendinnetje was dus kapster wat niet
het ideale beroep is als je je ook nog met watersport wil bezig houden. Het
representatieve kapsel had danig te lijden met al die wind zodat het er steeds
vaker op neerkwam dat wij het haventje slechts verlieten om een eindje verderop
een enorme rietkraag in te varen, goed verstopt voor wandelaars langs de plas
waaronder haar vader en moeder.
Het waren best gelukkige tijden, toen. Een
boot, een vriendin en . . . een Puch. Hoog stuur, voetversnelling, zeilzak
tussen de knieën op de benzinetank . . . behoorde ik tot de happy few? Of niet soms.
Nou en of, zeker gelet op het feit dat ik met belangstelling werd bekeken door
meisjes bij de tram of bushalte als ik met een arrogante tronie voorbij reed. Toen
deed het mij nog niet veel, bekeken te worden door andere meisjes. Ik had mijn
vriendin en dat was dat. En was mijn vriendin nou maar net iets levendiger
geweest, iets meer zin gehad in avontuur, misschien was ik mijn hele leven met
haar samen gebleven.
Maar zomaar kwam zij binnenwaaien als het
nieuwe meisje voor het glanzen en snijden van de foto’s. Een brok giechelend
leven die op zaterdagavond ging dansen bij Jansen, verder een uitgaansleven
kende die mij vreemd was en zo te horen, voor wie geen zee te hoog ging. Zij
werd onwetend de eerste bommenlegger onder mijn zogenaamd gelukkig bestaan.
Kortom, ik werd verliefd op haar, zij op mij, en hup . . . daar ging ie. Tranen
en ellende bij de andere partij, tranen bij mij omdat ik er bij Tom Kroeze werd
uitgeflikkerd -wij kunnen iets dergelijks niet tolereren binnen ons bedrijf- en
daar stond ik dan. Werkloos en wel, geen vriendinnetje meer, geen echt salaris
meer, allemaal de schuld van de “Femme Fatale” want tja, iemand moet toch de
schuld krijgen.
Ik kreeg een baan als magazijnbediende. Leerde
vorkheftruck rijden, wat natuurlijk hartstikke leuk was, en af en toe met de
bestelwagen pakjes rondbrengen. Dat autorijden vond ik nog leuker en al snel ging
ik solliciteren naar een baan waarbij ik veel moest autorijden. Het werd
boodschappen bezorgen voor de Gruyter. Leuke baan in veelal nieuwbouw woonwijken
waar jonge gezinnen woonden, de man buitenshuis aan het werk, de huisvrouw die
advies vraagt over de kleurstelling in de slaapkamer. Ik had daar natuurlijk
verstand van want eindelijk zag er uit als een kunstenaar met lange haren en
een woeste baard. Welke kunst ik uitoefende was voor mijn omgeving nog even de
vraag, maar ik had mij intussen bekwaamd in het verleiden van vrouwen en zoiets
is toch ook een kunst.
Ik kwam terug in de fotografie door de eerste
fotograaf bij Tom Kroeze; Cor. Hij was mij trouw blijven bezoeken omdat ie mijn
zolderkamer wel gezellig vond geloof ik, en er daar altijd mensen waren, er
altijd muziek was en hij even weg bij zijn vrouw en kinderen. Hij wist nog
een fotograaf die iemand zocht, ik er heen en werd aangenomen voor het maken
van trouwreportages. Niet precies het ideaal, maar stukken beter dan
boodschappen bezorgen voor de Gruyter. Twee jaar hield ik het daar vol, stapte
toen over naar een andere fotograaf, die na een jaar failliet ging en stond
weer op straat als werkloze. Met deze situatie was ik inmiddels aardig
vertrouwd, maar ik besloot nu maar eens mijn uitkering aan te vullen met het ’s
avonds werken in een kroeg. En hoeveel mensen leer je kennen in een kroeg?
Veel. Heel veel. Veel kunstenaars hieronder, een groep waar ik ook toebehoorde
vond ik en zij niet, maar hier trok ik mij niets van aan. Per slot is
fotografie ook een vorm van kunst.
Met wat gespaard geld kocht ik een andere
boot, een Flying Dutchman. Inmiddels ook een ex-Olympische klasse. Een soort zeilmachine
waarvoor de plas te klein was, dus verhuisde ik het ding naar de Grevelingen,
vond een plekje in de oude werkhaven van Bruinisse en racete in een uur samen
met een bemanningslid in de trapeze over de veertig kilometer lange
Grevelingen. Dit was geen zeilen, dit was formule 1. In Bruinisse viel ik op
bij de kapitalisten met een zeegaand jacht die mij wel wilde hebben als
bemanning. Mijn zeezeilen ervaring nam hier zijn aanvang, en niet lang daarna was
ik de kapitein op zo’n jacht en bracht zo’n schip met een door mijzelf
samengestelde bemanning naar een plekje waar vandaan de eigenaar met weinig tijd graag eens
zijn vakantie door wilde brengen.
Wat kon het leven toch mooi zijn. Een beetje
bij elkaar geraapt zooitje gezellige jongens die best met mij zo’n jacht naar
Cherbourg, Cowes, of een heel andere kant op, Kopenhagen wilde brengen. Nooit
in een keer, zo’n tocht, want in elk stadje een ander schatje, wij waren per
slot op dat moment zeelui en dan dien je je ook als zeeman te gedragen. Er
volgende grotere tochten vanuit Portugal zonder tussenstops want als
je de golf van Biscaye dwars oversteekt vind je niet zoveel havens.
Rechts zie ik de Grevelingen, links het Slijkgat. Ik rijd in mijn huurauto over de Grevelingendam richting Bruinisse. In deze oude vissershaven liggen dierbare herinneringen diep verborgen in mijn geheugen die als vanzelf boven komen drijven op het moment dat ik stop naast het hek van jachthaven Bru. De selectie van mijn herinneringen blijven echter steken bij de mensen die er hun weekends doorbrachten op hun jacht, de zuippartijen, het gesodemieter wat er uit voortkwam, een vereniging zoals zovelen alleen met meer plaatselijke mogelijkheden omdat jachten voorzien zijn van slaapplaatsen. Het kinderspelletje van overlopertje, met mijzelf voorop, werd hier dan ook ruim beoefend.
Ditmaal was het mijn vader die een baan voor
mij vond. Directiechauffeur bij een grote beleggingsmaatschappij. Mij leek het
wel wat, directeuren rondtoeren en ik solliciteerde en werd aangenomen. Werkte
ik daar nog maar koud een maand, ontdekte ik een complete filmzaal waarin Multi
Vision kon worden vertoond. Kon worden vertoond, want er was nog nooit gebruik van gemaakt. En niemand die nou precies wist wat er mee te doen. Of ik een demonstratie mocht geven met de mogelijkheden die zo’n
medium biedt. In mijn eigen tijd zou ik iets in mekaar zetten. Hierna brak er
een glorieuze tijd voor mij aan. Ik moest presentaties gaan maken. Kreeg alle
vrijheid om zoiets te doen. Werktijden waren voor mij niet meer belangrijk,
waar ik de hele dag uithing keek niemand naar om, ik was eigen baas, deed wat
ik wilde en waarvan ik dacht dat men dit wilde. Maakte niet alleen de dia shows
over vier schermen met zestien projectoren, schreef er de teksten bij en fotografeerde het
beeldmateriaal bij elkaar. Door heel Europa. In Amerika. Ging met de groep op
tournee naar Parijs, Cannes, Monaco, Zurich om het ondersteunende
beeldmateriaal bij de speech te verzorgen. Dineerde mee in Hotel de Paris in
Monaco met naast mij Edward Heath de voormalige premier van Engeland. Wij
hadden het over zeilen. Ik was nu werkelijk kunstenaar, maar dan strak in het
pak, zonder nog lange haren en met een keurig onderhouden baard.
Acht jaar genoot ik van al die glorie. Was een
fotograferende zeezeiler, reisde over de wereld, had veel vrienden en
vriendinnen en toen kwam de crisis, zakte de aandelenmarkt naar een
dieptepunt, moest er bezuinigd worden en sloot men mijn afdeling visuele
ondersteuning en werd ik weer werkloos met als klap op de vuurpijl dat iemand ook nog John Lennon doodschoot.
De barometer daalde. Er was storm komst.
Wordt vervolgd

Leuk om te lezen. Toch ben je 1965 nog samen met je kappende vriendinnetje op vakantie geweest. In Consdorf in Luxemburg om precies te zijn. Met haar ouders mee als chaperone, dat wel natuurlijk...
BeantwoordenVerwijderenKlopt. En jij was daar ook. Met je ouders en op de terugweg hadden jullie een ongeluk. Weet jij wat van Dita?
VerwijderenIk heb Dita ongeveer 5 jaar geleden voor het laatst gezien. Bij de crematie van haar moeder... Mijn tante Marie dus.
VerwijderenIk was in Luxemburg overigens niet met mijn ouders, maar met mijn zus en zwager.