donderdag 26 november 2015

Gimmie shelter



Via de zijspiegel van mijn auto zie ik haar staan. Net als ik geduldig wachtend, of toch misschien net als ik niet zo geduldig, zich ergerend aan het veel te lang op rood staande stoplicht terwijl er geen verkeer meer te zien is op het kruispunt. Ik kan er maar niet aan wennen, zeg regelmatig hardop hoe stompzinnig die stoplichten zijn afgesteld en dat zij de oorzaak vormen voor die eindeloze files hier in Chiang Mai.


Zij kijkt niet ongeduldig, valt mij op. Zij lacht. Haar vriendin die achter haar staat roept iets. Zij schatert nu. Aan het stuur van haar motobick heeft zij drie ballonnen gebonden, gevuld met gas want zij verkeren een halve meter boven haar. Het draadje doorknippen en de ballonnen zouden hoog de vrije lucht in verdwijnen, meegenomen door een zwakke wind.

Ik bestudeer haar. Zij draagt geen helm zodat ik kan zien dat zij haar zwarte haren heeft samen gebonden in een paardenstaart waarin een wit lint. Zij draagt ook een witte blouse en heeft een zwarte vlinderdas. Jarig? vraag ik mij af. Onderweg naar een restaurant om het te vieren? Hoe oud zou zij geworden zijn? Leeftijden schatten hier is moeilijk. Ik waag het erop. Tweeëntwintig. Als zij iets naar voren zou komen, ter hoogte van mij, zou ik het raampje open doen en het haar vragen. Happy Birthda, zou ik zeggen. En dan, How old are you now? Misschien twee antwoorden. Yes, it’s my birthday and I’m twenty two now. Dan heb ik het goed ingeschat. Bravo jongen. Hierna zou ik nog kunnen vragen waar zij naartoe gaat, misschien naar een restaurant om haar verjaardag te vieren . . . of. Ik krijg hier allemaal de kans niet voor. Zij is niet in staat om verder op te rukken naar de stopstreep en op die manier naast mij te komen. Wachten. 
Wachten totdat die domme tijdklok die het rode en groene licht aanstuurt zover is verandering toe te laten in de situatie.

Haar vriendin roept weer wat want weer zie ik haar breeduit lachen. Leuke kop heeft ze. Best ook wel een mooie vorm. Eigenlijk is zij gewoon knap. Een snoepie. Het maakt het wachten in mijn zijspiegel kijkend een stuk aangenamer. Het lijkt een beetje op die keer dat ik door overboeking op mijn vlucht van Bangkok naar Amsterdam first class werd geplaatst. Ik vond het bijna jammer toen we op Schiphol landden. Zoals ik het nu bijna jammer zou vinden als het licht op groen springt.

Het licht springt op groen. Het verkeer komt in beweging. Eerst al die motobicks die voor die twee rijen lange sliert auto’s hebben plaats genomen. Dan komt tergend langzaam de rest op gang. Ik ook en zie hoe zij met haar ballonnen aan het stuur mij rechts passeert, ruimte hebbend vol gas op het kruispunt afstuurt, op naar de party, het restaurant of wat dan ook, naar familie en vrienden, happy birthday to you. En dan knalt zij vol op een pick-up die van links uit de file komend heeft besloten rechtsaf te slaan. Ik zie haar over de laadbak heen vliegen alsof zij is gelanceerd. Ik zie de man in zijn pick-up zijn deur openen en opzij naar achteren kijken. Hij moet het wrak van een motobick zien liggen. Verkreukeld. Het moet hem opvallen dat er geen bestuurder te zien is. Hij twijfelt. Uitstappen of doorrijden. Ik zie het aan hem. Ik zie in een miniseconde dat hij alleen zijn eigen schade inschat wat herstelt en betaalt moet worden. 

Ik verlaat mijn auto, loop om de pick-up heen naar het meisje wat gelanceerd verderop op het asfalt ligt. Zij heeft schaafwonden. Op haar armen, haar benen, op haar hoofd. Het bloed. Dat mooie gladde lichtbruine huidje bloed. Haar vrolijke gezicht is vertrokken van pijn. Haar witte lint in het haar kleurt rood. Haar witte blouse eveneens. Ik buk naast haar. Probeer vast te stellen hoe ernstig het allemaal is. Andere mensen hebben nu ook naast haar plaats genomen en kijken op haar neer, vol belangstelling of zij dit gaat overleven. 

Hospital, roep ik. Police, roep ik ook. No, no, zegt de man van de pick-up die nu ook naast haar staat. No police. I pay, I pay. Maar het is al te laat voor hem. Iemand bij zijn positieve heeft zowel de politie als een ziekenhuis gebeld. In de verte horen we de sirenes. You go, you go, zegt een man tegen mij. You farang. You big trouble. Why, wil ik hem vragen. You farang, you have big money, antwoord hij. Not that man, en hij wijst op de bestuurder van de pick-up. Stay in your car. Farang always stay in your car. Met tegenzin en met een hopeloos gevoel neem ik zijn raad aan. Loop weg van het meisje en neem plaats achter het stuur. Het liefst had ik haar direct op de achterbank vervoert naar een ziekenhuis. Met hierna waarschijnlijk een schuld aan mijn broek van honderdduizend baht. Wat zou het.

Aan de strak blauwe hemel zie ik drie witte ballonnen omhoog zweven. Happy Birthday. En sluit mijzelf op in mijn appartement. Denkend dat zij het niet overleeft.    


Geen opmerkingen:

Een reactie posten