Zo, dit zou dus vanaf nu elke dag moeten, dacht ik toen ik met mijn vaders Philishave de eerste voorzichtige stoppels op mijn wangen wegschoor. Achttien was ik toen ik het wel mooi vond, ontdekt dat scheren zeker vijf minuten langer in je bed blijven liggen koste en het verder een vorm van zelfkastijding was. Ik stopte ermee en heb sindsdien een baard die slechts om een tweewekelijkse onderhoudsbeurt vraagt.
Op wangen en kin blijft de groei zich in hetzelfde tempo
handhaven en dit kon na mijn veertigste niet gezegd worden wat betreft mijn
hoofdhaar. In rap tempo verdween het. Eerst op de kruin, hierna met een steeds
hoger voorhoofd en uiteindelijk een nagenoeg kale kop. Een beetje zit ik er wel
mee, maar op het moment dat ik in een Thaise kapperszaak hier in Chiang Mai
wachtte op een vriend van mij die zijn stevige haarbos onderhanden liet nemen,
bekroop mij een gevoel van opluchting.
In totaal vier dames bekommerden zich om
hem waarbij de eerste zijn haren waste, een half uurtje zo ongeveer, en waarbij
hoofdmassage een onderdeel vormde tegelijk met een prettig gesprek in het
Thai-Engels. Inhoudelijk het overbekende vraag en antwoord spelletje. Zij
lachte vaak haar hagelwitte tanden bloot. Waarom weet ik niet precies want mijn
vriend is bepaald niet een man die overloopt van humor maar meer de dagen
aftelt naar het einde. Dus zal het lachen van haar gezocht moeten worden in
haar gevoel voor commercie met het vooruitzicht op een dikke tip, of anders in
haar boeddhistische achtergrond.
Na het half uur haar wassen en schedel kneden plus het
prettig gesprek, mocht hij plaats nemen in een stoel met voor zich een grote
spiegel waarin hij kon zien hoe een andere dame met schaar en kam zijn
weelderige bos ging trimmen. Weer een prettig gesprek. Inhoudelijk ongeveer van
hetzelfde niveau waarbij zij via de spiegel zijn gezichtsuitdrukking bekeek,
wel of niet tevreden, wel of niet Sa Bai Sa Bai, Sanoek of andere
wenselijkheden waardoor het leven een stuk aangenamer zijn verloop kan hebben.
Ondertussen zat een andere Farang, na de wasbeurt, in een
andere stoel te wachten totdat hij aan de beurt was om geknipt te worden. Hij
had inmiddels de hem twee gratis kopjes koffie geconsumeerd met het
bijverschijnsel dat de cafeïne hem in staat van grote opwinding bracht. Niet
over het best wel in aanzien waard zijnde legertje kapsters dat er zo rondliep,
maar over het feit dat hij daar al zo lang zat zonder dat er verder iets
gebeurde. Personeel genoeg, zou ik ook denken, maar elk personeelslid heeft zo
zijn eigen taak en de enige die mocht knippen was met mijn vriend bezig.
Uiteindelijk
stond de man woedend op, liep luid fulminerend op de balie af en schold de
leiding achter de kassa de huid vol waar de leiding niet koud of warm van werd
en hem met een stralende glimlach bekeek als of ie een amoureus voorstel had
gedaan. Of het mens achter de kassa had wel schik in seksuele intimidatie, of
zij hield zich strikt aan het Thais volkseigen; altijd vriendelijk blijven
lachen, dan komt het vanzelf wel goed.
Dus greep ik maar in, stapte op de man
af en wees hem er uiterst voorzichtig op dat ie in Thailand was, dat tijd hier
een zeer relatief begrip is, het jezelf eigen moet maken een eindeloos geduld
te hebben en het levenstempo van de westerse wereld er de schuld van is dat wij
niet bereid zijn een uurtje of wat bij de kapper door te brengen. Sa Bai Sa
Bai. Ik bood hem een sigaret aan om samen buiten op het plein te genieten van
de nicotine die we diep onze longen zouden inademen, hé hé zeggend, dat smaakt na twee
koppen koffie. Hij rookte niet. Tja, ik had mijn best gedaan om hem te
kalmeren, maar als je niet rookt, en daardoor, zoals de wetenschap beweert, je
weelderige haarbos behoudt, is het tweemaal lijden.
De schoonheid die mijn vriend knipte had zich inmiddels door
zijn oerwoud op het hoofd geworsteld en het resultaat mocht er wezen. Stukken
jonger, en nou nog de mondhoeken omhoog. Zou ik wel gedaan hebben als ik nog haar
had gehad want twee dames tegelijk begonnen het overgebleven haar te föhnen,
ieder aan een kant. Ménage à trois, zogezegd. Voor veel mannen een ideaalbeeld, daarbij
vergetend dat dit ook twee schoonmoeders oplevert, iets waar die Jihadisten nog
geen seconde over nagedacht hebben als zij hun zeventig maagden claimen aan de
hemelpoort. Het zal ze leren.
Maar goed, het opgewonden standje kon gaan zitten voor zijn
knipbeurt en wij verlieten de zaak. Recht in de armen van mijn vriend z’n vriendin
met gevulde plastic tasjes uit de Rimping. Zij wilde ook graag haar haar laten
doen.
‘Wij wachten hier wel bij die coffeshop,’ zei ik en stak een
sigaret op bij mijn espresso.
‘Wil je ook?’ vroeg ik hem het pakje Marlboro
voor zijn neus houdend.
‘Ach nee, da’s waar, jij rookt niet,’ en keek naar zijn kort
geknipte haren. Elke vier weken is ie aan de beurt. De mondhoeken naar beneden,
ontevreden wachtend totdat het voorbij is. Ik niet. Ik heb geen haar. Ik rook.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten