maandag 16 november 2015

Bless You


 Even had ik de neiging om mijn hand op haar zwangere buik te leggen, mij als een soort Paus voelend die de zegen van de Here meegeeft aan de vrucht in ontwikkeling tot een kind Gods, maar net op tijd kwam ik bij zinnen door de wetenschap dat zwangere vrouwen hier niet van gediend zijn. 

Tenminste, zoiets heb ik al eens gelezen in een damesblad in Nederland en ik vermoed dat deze mening door alle vrouwen op de wereld wordt gedeeld. Wat ik mij uit het artikel herinner is dat ik dus niet de enige ben met die neiging, maar meer mannen dat hebben. Waarom!? Deze kwestie werd niet in het onderzoek meegenomen, als hier al sprake was van een onderzoek, wat niet onaardig geweest zou zijn. Laat de mannen maar eens aan het woord en je zult horen dat de neiging om bij een zwangere vrouw een hand op haar buik te leggen voortkomt uit ons vermogen leven te verwekken en wij daar trots op zijn als een aap en dat wij mannen tot alles in staat zijn dit leven te beschermen en daar met een  simpele handoplegging kont van doen.    

Waarom ik deze neiging bij mij op voelde komen moet tevens gezocht worden in haar buitengewoon coulante houding nadat ik de bumper van haar auto had geraakt tijdens het uit parkeren, zij het krasje bekeek alsof dit met een natte vinger zo was weg te poetsen viel, en haar “Mai Pen Drai”. Niks invullen van schade papieren voor de verzekering, of erger, een paar uur wachten totdat er een agent van de verzekeringsmaatschappij aanwezig is om de schade op te nemen, “Mai Pen Drai”, en van mij een “Wai” tezamen met een “Kap Khun Ma Krap” en die neiging om haar zwangere buik even aan te raken voor de zegen met daarbij de onuitgesproken belofte dit leven te beschermen.

Ja ja, in mijn eerste leugen ben ik bepaald niet gebarsten want als ik werkelijk zo’n kindervriend was geweest had ik nu kunnen bogen op een veelvoud van nazaat inclusief kleinkinderen, maar het tegendeel. De neiging mijn hand op de buik van een zwangere vrouw te leggen, komt veel meer voort uit mijn arrogantie een zegen uit te kunnen spreken. En als ik vanuit deze onbewuste drang ook nog eens zou geloven dat ik werkelijk in staat zou zijn te zegenen, was ik allang miljonair geweest want elke maand zegen ik het nummer van mijn Staatslot. Bewust moet ik erbij zeggen.

De vrouw moest het dus zonder mijn handoplegging doen waarbij ik mag hopen dat zij een gezond en sterk kind ter wereld brengt, waar ik nauwelijks aan twijfel omdat zij er nog jong en sterk uitzag. En ach, dokters zijn zo knap tegenwoordig.

Na de beleefdheden, uitgewisseld door twee verschillende beschavingen, stapte ik weer terug in mijn auto en reed deze keer zonder iets te raken het parkeerterrein af. Linksaf, volgende straat rechtsaf, rechtdoor, stoplichten, politiefuik. Stop. Waarom ik geen veiligheidsgordel droeg. Tja, goeie vraag. Zoekend naar een antwoord, die voor 99% in gebarentaal plaats zou moeten vinden, kwam ik op het idee mijn polo omhoog te trekken om de hermandad mijn vreselijke litteken te laten zien die ik over had gehouden aan een operatie met als doel mijn galblaas te verwijderen. De politieman zou toch zeker begrijpen dat een gordel over zo’n litteken erg pijnlijk is en het daardoor onmogelijk te voldoen aan deze in de wet opgenomen verkeersregel. Hij stak zijn hoofd naar binnen op zoek naar wat ik aanwees en welk excuus daaraan te verbinden viel. 

Goed kijken, dacht. Als je heel goed kijkt moet je het kunnen zien. Ha, hij zag het. Hij trok zijn hoofd weer terug en bracht in plaats daarvan zijn hand naar binnen. Ik schrok van zijn aanraking. Hij drukte op het litteken en vroeg; ‘Jip?’ ‘Makma,’ antwoordde ik snel en trok een pijnlijke grimas. ‘Hmm,’ deed hij. ‘Two hunderd Baht,’ zei hij. Precies het bedrag dat altijd klaar ligt in mijn dashbord kastje. En de zegen van mij, dacht ik toen ik hem het geld overhandigde waarna ik een kruisje sloeg als ware ik de Paus zelve.    


   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten