zondag 25 januari 2015

I'm a Loser




Zij bekeek het klokje dat ik gekocht had op een rommelmarkt hier in Chiang Mai van onder tot boven, voor en achterkant, en uitte kreetjes van goedkeuring.“Sui”, zogezegd en dan veelvuldig in de overtreffende trap, “Sui Makma”. 


Mijn schoondochter, het kindvrouwtje van inmiddels vierentwintig dat acteert als een kind van twaalf en vaderlijke gevoelens oproept terwijl haar leeftijd en figuur nog hele andere zaken wakker schudden waarbij een gezonde onderdrukking hiervan buitengewoon verstandig lijkt. Ik glimlachte haar toe terwijl zij het op het dressoir geplaatste klokje met haar ogen aftasten en het af en toe niet kon laten het fijne houtsnijwerk rondom de wijzerplaat met haar vingertoppen aan te raken. Ondertussen tikte de seconden verder. Elke seconde een stukje van het leven. Ook voor jou schat, dacht ik. Alleen hoef jij je dat nog niet bewust te zijn.


Met een wat triest gevoel bekeek ik haar hoe zij haar onderzoek deed, de radartjes zag bewegen, hoorde hoe de seconden met een klein zacht tikje hun monotone geluid maakte, waarna zij lachend opkeek toen de grote wijzer verschoof. Weer een minuut van je leven voorbij. Een minuut die je bewust hebt gadegeslagen, je niet realiserend dat dit betekent dat je een minuut eerder bij het einde bent. Triest was ik over het gegeven en deze triestheid verdween kijkend in het lachende gezicht van een kindvrouwtje dat zich verbaasde over de werking van een niet digitale klok. Ach wat ben je toch mooi nu je nog jong bent. Wat een geluk heeft de zoon van mijn vrouw dat hij haar als zijn vriendin mag hebben. Even overwoog ik het klokje cadeau te doen. ‘Neem maar mee schat,’ had ik kunnen zeggen. ‘Kun je je armzalige piepkleine appartementje in Bangkok mee opvrolijken,’ maar besloot dit toch achterwege te laten. Ik heb hier in Thailand al genoeg weggegeven.

Daags nadat schoondochter met zoon zijn teruggekeerd naar hun woonplaats zo’n kleine achthonderd kilometer zuidelijker, begint het hier wonder boven wonder te regenen. Nog nooit meegemaakt om deze tijd van het jaar en met afgrijzen kijk ik naar buiten, weet dat mijn dagje golfen naar de klote is en ik heel veel tijd heb waarmee ik geen enkel plan heb. Dus hang ik maar een beetje op de bank en kijk verveelt naar BVN waarbij ik alsmaar moet denken aan kindvrouwtjes, van die kleine lieve leugenaars die in staat zijn je hele leven volledig op z’n kop te zetten als je je verstand er niet bijhoudt. 

De televisie fungeert als een vis glas, er beweegt iets en zo lijkt het alsof er nog iemand in huis is. Het wauwelt waar ik mijn best voor zou moeten doen om te verstaan waar er over gewauweld wordt. Nee, laat maar. Ik hoef het niet te weten hoe het er in de wereld aan toe gaat. Ik heb mijn eigen wereld en die is al ingewikkeld genoeg. 

Wegtikkende seconden waarmee ik niks zinnigs doe. Ik gebruik ze niet om er iets nuttigs mee te doen, geen tuinonderhoud, geen huishouden, geen boek lezend . . . niks, niks, niks. Een beetje op de bank liggen en verveeld kijken naar iets dat beweegt zonder dat het mijn werkelijke interesse heeft. Moet het zo eindigen? 

En hier denk ik aan, liggend op de bank en hoor geen televisie maar wel de kletterende regen op het dak. Prima weer dat uitnodigt voor wat genoeglijke uurtjes van zelfmedelijden. Had ik tot voor kort, nog voordat ik mij realiseerde dat elke seconde er een is, het gevoel zo’n beetje alles te hebben wat ik ambieer, nu is dit dankzij “Radio Trottoir” geĆ«limineerd tot niets. Een man mag ook nooit wat, is mijn conclusie waarbij ik bedenk; welke angst kan een man van bijna zeventig zijn vrouw nou nog aandoen. Dat ie wegloopt? Mens ik zou de vlag uitsteken. Wat moet je als ruim zeventien jaar jongere Deerne nou met een krakkemikkige oude van dagen.

Wat dat was? Dat alles denkend te hebben? Ha. Een prettige gewoonte, zou je het kunnen noemen. Met daarbij nog iets spannends, in de ogen van een ouwe van dagen dan. ’s Morgens koffieleuten met vrienden. Genoeglijk aangenaam gezelschap. Kritiek leverend op alles wat Thais is, van politiek tot aan het niet opgehaalde huisvuil. Op het verkeer, de wegen, de te lang op rood staande stoplichten, op half ingestorte trottoirs, het Thais volkseigen, het stupide bijgeloof en als klap op de vuurpijl . . . de vele toeristen op de diverse golfbanen nu het winterseizoen in volle gang is. 

Hierna de Thaise vrouwen waarvan er geen een betrouwbaar is, behalve dan de eigen Thaise vrouw want die is zo zuinig als de pest en loopt echt niet met geld te smijten. Nee, die anderen. En laat ik nou net zo’n andere getroffen hebben. Niet mijn eigen vrouw natuurlijk, die is betrouwbaar en zuinig. Nee, zo’n andere die je met van alles en nog wat blij kon maken, meenemend naar een zojuist geopende nieuwe shopping mall, kopje koffie mee drinken, ijsje laten eten en in een outlet haar duizend baht geven waar zij nieuwe lingerie van kon kopen. 

Een kindvrouwtje huppelend naast mij, telkens proborend mijn hand vast te houden wat ik schichtig ontweek wat te laat bleek want “Radio Trottoir” had ons al waargenomen. Een hoop herrie, hysterie welhaast, het hoofd gebogen en spijtbetuigingen gedaan tegelijk mijzelf afvragend wat er nou zo verkeerd aan was. Nou verkeerd bleek dat je geen restje levensgeluk tijdens de wegtikkende seconden met een speels kindvrouwtje mag hebben, maar het beter is mij te gedragen als oude van dagen, het liefst leunend op een rollator.

En hier heb ik dan min of meer aan toegegeven, voor de lieve vrede en bedenk dat mijn kostbare seconden aan het wegtikken zijn zonder enige vorm van levensvreugd maar meer met een gevoel van leegheid wat zelfs BVN niet kan oplossen.

‘Nee schat, ik mag, kan je niet meer zien. Madam. Ja Madam neemt het mij kwalijk dat ik met je omga, je af en toe geld toestop, je nieuwe lingerie laat kopen. Nee natuurlijk vergeet ik je niet. Gedachte zijn vrij. Ik zal altijd aan je blijven denken. Je vindt best wel een andere farang die een beetje voor je wil zorgen.’
Zij keek wat sip. Maar zij heeft nog heel veel seconden. Niet zoveel als mijn schoondochter, maar toch veel meer dan ik.

Ik kijk liggend op de bank naar mijn klokje op het dressoir. Mooi dingetje, vind ik zelf ook wel. Ik hoor het geroezemoes van de televisie, hoor de regen kletteren op het dak. Er is weer een half uur verstreken. Ik heb geen boek gelezen. Geen andere activiteit ontplooit dan slechts liggen als een oude van dagen die zijn best doet de seconden niet meer te tellen. Denkend aan het verleden, ver weg en dichtbij. Denkend aan weggetikte seconden, minuten, uren, dagen, maanden, jaren waarin het leven mij zomaar door de vingers glipte. Aangepast naar hetgeen van wat er van je wordt verwacht. Naarmate de laatste seconden naderen komt het besef. Hoe onzinnig is het toch allemaal. Hoe onzinnig hoe je je kunt laten leiden door een omgeving die lijdt aan een idee-fixe. En ik kom overeind, strek mijn rug, pak de telefoon en bel mijn speeltje, mijn kindvrouwtje, mijn laatste stukje levensgeluk. Zij neemt niet meer op. Zij heeft allang een andere farang die een beetje voor haar wil zorgen. “I’m a Loser”, denk ik en zak onderuit op de bank, sluit mijn ogen en laat de seconden wegtikken.



Dit verhaal en andere in de toekomst geschreven artikeltjes vervangen mijn bijdrage aan het Thailandblog. Vanaf heden wordt er alleen nog gepubliceerd op het blog van Dick van der Lugt. www.dickvanderlugt.nl
Hier vindt u ook een keur aan wetenswaardigheden en nieuws over Thailand. 
 







Geen opmerkingen:

Een reactie posten