Zij bekeek het klokje dat ik gekocht had op een rommelmarkt hier in Chiang Mai van onder tot boven, voor en achterkant, en uitte kreetjes van goedkeuring.“Sui”, zogezegd en dan veelvuldig in de overtreffende trap, “Sui Makma”.
Mijn schoondochter, het kindvrouwtje van
inmiddels vierentwintig dat acteert als een kind van twaalf en vaderlijke
gevoelens oproept terwijl haar leeftijd en figuur nog hele andere zaken wakker
schudden waarbij een gezonde onderdrukking hiervan buitengewoon verstandig lijkt.
Ik glimlachte haar toe terwijl zij het op het dressoir geplaatste klokje met
haar ogen aftasten en het af en toe niet kon laten het fijne houtsnijwerk
rondom de wijzerplaat met haar vingertoppen aan te raken. Ondertussen tikte de
seconden verder. Elke seconde een stukje van het leven. Ook voor jou schat, dacht
ik. Alleen hoef jij je dat nog niet bewust te zijn.
Met een wat triest gevoel
bekeek ik haar hoe zij haar onderzoek deed, de radartjes zag bewegen, hoorde
hoe de seconden met een klein zacht tikje hun monotone geluid maakte, waarna
zij lachend opkeek toen de grote wijzer verschoof. Weer een minuut van je leven
voorbij. Een minuut die je bewust hebt gadegeslagen, je niet realiserend dat
dit betekent dat je een minuut eerder bij het einde bent. Triest was ik over
het gegeven en deze triestheid verdween kijkend in het lachende gezicht van een
kindvrouwtje dat zich verbaasde over de werking van een niet digitale klok. Ach
wat ben je toch mooi nu je nog jong bent. Wat een geluk heeft de zoon van mijn
vrouw dat hij haar als zijn vriendin mag hebben. Even overwoog ik het klokje
cadeau te doen. ‘Neem maar mee schat,’ had ik kunnen zeggen. ‘Kun je je
armzalige piepkleine appartementje in Bangkok mee opvrolijken,’ maar besloot
dit toch achterwege te laten. Ik heb hier in Thailand al genoeg weggegeven.
Daags nadat schoondochter met zoon zijn
teruggekeerd naar hun woonplaats zo’n kleine achthonderd kilometer zuidelijker,
begint het hier wonder boven wonder te regenen. Nog nooit meegemaakt om deze
tijd van het jaar en met afgrijzen kijk ik naar buiten, weet dat mijn dagje
golfen naar de klote is en ik heel veel tijd heb waarmee ik geen enkel plan
heb. Dus hang ik maar een beetje op de bank en kijk verveelt naar BVN waarbij ik
alsmaar moet denken aan kindvrouwtjes, van die kleine lieve leugenaars die in
staat zijn je hele leven volledig op z’n kop te zetten als je je verstand er
niet bijhoudt.
De televisie fungeert als een vis glas, er beweegt iets en zo
lijkt het alsof er nog iemand in huis is. Het wauwelt waar ik mijn best voor
zou moeten doen om te verstaan waar er over gewauweld wordt. Nee, laat maar. Ik
hoef het niet te weten hoe het er in de wereld aan toe gaat. Ik heb mijn eigen
wereld en die is al ingewikkeld genoeg.
Wegtikkende seconden waarmee ik niks
zinnigs doe. Ik gebruik ze niet om er iets nuttigs mee te doen, geen
tuinonderhoud, geen huishouden, geen boek lezend . . . niks, niks, niks. Een
beetje op de bank liggen en verveeld kijken naar iets dat beweegt zonder dat
het mijn werkelijke interesse heeft. Moet het zo eindigen?
En hier denk ik aan, liggend op de bank en
hoor geen televisie maar wel de kletterende regen op het dak. Prima weer dat
uitnodigt voor wat genoeglijke uurtjes van zelfmedelijden. Had ik tot voor
kort, nog voordat ik mij realiseerde dat elke seconde er een is, het gevoel
zo’n beetje alles te hebben wat ik ambieer, nu is dit dankzij “Radio Trottoir”
geƫlimineerd tot niets. Een man mag ook nooit wat, is mijn conclusie waarbij ik
bedenk; welke angst kan een man van bijna zeventig zijn vrouw nou nog aandoen.
Dat ie wegloopt? Mens ik zou de vlag uitsteken. Wat moet je als ruim zeventien
jaar jongere Deerne nou met een krakkemikkige oude van dagen.
Wat dat was? Dat alles denkend te hebben? Ha.
Een prettige gewoonte, zou je het kunnen noemen. Met daarbij nog iets
spannends, in de ogen van een ouwe van dagen dan. ’s Morgens koffieleuten met
vrienden. Genoeglijk aangenaam gezelschap. Kritiek leverend op alles wat Thais
is, van politiek tot aan het niet opgehaalde huisvuil. Op het verkeer, de
wegen, de te lang op rood staande stoplichten, op half ingestorte trottoirs,
het Thais volkseigen, het stupide bijgeloof en als klap op de vuurpijl . . . de
vele toeristen op de diverse golfbanen nu het winterseizoen in volle gang is.
Hierna
de Thaise vrouwen waarvan er geen een betrouwbaar is, behalve dan de eigen
Thaise vrouw want die is zo zuinig als de pest en loopt echt niet met geld te
smijten. Nee, die anderen. En laat ik nou net zo’n andere getroffen hebben.
Niet mijn eigen vrouw natuurlijk, die is betrouwbaar en zuinig. Nee, zo’n
andere die je met van alles en nog wat blij kon maken, meenemend naar een
zojuist geopende nieuwe shopping mall, kopje koffie mee drinken, ijsje laten
eten en in een outlet haar duizend baht geven waar zij nieuwe lingerie van kon
kopen.
Een kindvrouwtje huppelend naast mij, telkens proborend mijn hand vast
te houden wat ik schichtig ontweek wat te laat bleek want “Radio Trottoir” had
ons al waargenomen. Een hoop herrie, hysterie welhaast, het hoofd gebogen en
spijtbetuigingen gedaan tegelijk mijzelf afvragend wat er nou zo verkeerd aan
was. Nou verkeerd bleek dat je geen restje levensgeluk tijdens de wegtikkende
seconden met een speels kindvrouwtje mag hebben, maar het beter is mij te
gedragen als oude van dagen, het liefst leunend op een rollator.
En hier heb ik dan min of meer aan toegegeven,
voor de lieve vrede en bedenk dat mijn kostbare seconden aan het wegtikken zijn
zonder enige vorm van levensvreugd maar meer met een gevoel van leegheid wat
zelfs BVN niet kan oplossen.
‘Nee schat, ik mag, kan je niet meer zien.
Madam. Ja Madam neemt het mij kwalijk dat ik met je omga, je af en toe geld
toestop, je nieuwe lingerie laat kopen. Nee natuurlijk vergeet ik je niet.
Gedachte zijn vrij. Ik zal altijd aan je blijven denken. Je vindt best wel een
andere farang die een beetje voor je wil zorgen.’
Zij keek wat sip. Maar zij heeft nog heel veel
seconden. Niet zoveel als mijn schoondochter, maar toch veel meer dan ik.
Ik kijk liggend op de bank naar mijn klokje op
het dressoir. Mooi dingetje, vind ik zelf ook wel. Ik hoor het geroezemoes van
de televisie, hoor de regen kletteren op het dak. Er is weer een half uur
verstreken. Ik heb geen boek gelezen. Geen andere activiteit ontplooit dan
slechts liggen als een oude van dagen die zijn best doet de seconden niet meer
te tellen. Denkend aan het verleden, ver weg en dichtbij. Denkend aan weggetikte
seconden, minuten, uren, dagen, maanden, jaren waarin het leven mij zomaar door
de vingers glipte. Aangepast naar hetgeen van wat er van je wordt verwacht.
Naarmate de laatste seconden naderen komt het besef. Hoe onzinnig is het toch
allemaal. Hoe onzinnig hoe je je kunt laten leiden door een omgeving die lijdt
aan een idee-fixe. En ik kom overeind, strek mijn rug, pak de telefoon en bel
mijn speeltje, mijn kindvrouwtje, mijn laatste stukje levensgeluk. Zij neemt
niet meer op. Zij heeft allang een andere farang die een beetje voor haar wil
zorgen. “I’m a Loser”, denk ik en zak onderuit op de bank, sluit mijn ogen en
laat de seconden wegtikken.
Dit verhaal en andere in de toekomst geschreven artikeltjes vervangen mijn bijdrage aan het Thailandblog. Vanaf heden wordt er alleen nog gepubliceerd op het blog van Dick van der Lugt. www.dickvanderlugt.nl
Hier vindt u ook een keur aan wetenswaardigheden en nieuws over Thailand.
Dit verhaal en andere in de toekomst geschreven artikeltjes vervangen mijn bijdrage aan het Thailandblog. Vanaf heden wordt er alleen nog gepubliceerd op het blog van Dick van der Lugt. www.dickvanderlugt.nl
Hier vindt u ook een keur aan wetenswaardigheden en nieuws over Thailand.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten